Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

[Aflossing hypotheek bij vererving en verkoop woning]

Onderdeel van Beleidsregels krediethypotheek en pandrecht WWB 2008

7.1. Bij verkoop of bij vererving van de woning, en als het een echtpaar betreft bij vererving na overlijden van de langstlevende echtgenoot, wordt het nog niet afgeloste deel van de geldlening, evenals de op grond van artikel 6, derde en vierde lid, bijgeschreven rente, terstond afgelost. 7.2. Bij verkoop van de woning kunnen burgemeester en wethouders wegens bijzondere omstandigheden van medisch of sociale aard dan wel wegens werkaanvaarding van belanghebbende elders, na toepassing van het eerste lid, besluiten tot het verlenen van een nieuwe geldlening eveneens onder verband van hypotheek voor de aankoop van een andere woning. Dit tot ten hoogstehet bedrag van de ingevolge het eerste lid afgeloste geldlening, onder de voorwaarde dat belanghebbende het na aflossing vrijgekomen vermogen met inbegrip van het in het derde lid bedoelde bedrag volledig inzet voor de aankoop van een anderewoning. 7.3. Als bij verkoop van de woning op basis van de waarde in het economische verkeer bij vrije oplevering het voor de afrekeningbeschikbare bedrag lager is dan het resterende bedrag van de geldlening en van de rentevordering, wordt het verschil kwijtgescholden. 7.4. Het gesteldein artikel 5.8 is hier onverminderd van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel