6.1.
Indien door toepassing van artikel 5 na afloop van de aflossingsperiode van tien jaar een deel van de geldlening nog niet is afgelost, is vanaf dat moment maandelijkse rente verschuldigd over het nog niet afgeloste deelvan de geldlening.
6.2.
De rente, bedoeld in lid 1,is de wettelijke rente verminderd met 3%.
6.3.
Als belanghebbende naar het oordeel van burgemeester en wethouders de rente geheel of gedeeltelijk kan betalen, maar niet kan aflossen, wordt een betaling eerst tot ten hoogste het bedrag van de verschuldigde maandrente aangemerkt als aflossing en wordt de rente die daardoorniet wordt betaald bijgeschreven bij het nog niet afgeloste deel van de geldlening.
6.4.
Als belanghebbende naarhet oordeel vanburgemeester en wethouders geen rente kanbetalen, wordt de verschuldigde rente bijgeschreven bij het nogniet afgeloste deel van de geldlening.
6.5.
Over een bijgeschreven rentevordering isgeen rente verschuldigd.
6.6.
De totale betalingsverplichting aan rente wordt bepaald gelijk het gestelde in artikel 5 leden 3 tot en met 6.