Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1.1

Aanleiding

Onderdeel van Beleidsnota beroep of bedrijf aan huis 2009

Elk huis heeft een woonfunctie. Dat houdt in dat een huis in eerste instantie alleen bedoeld is om in te wonen. Echter uit jurisprudentie blijkt dat de woonfunctie in een bredere context geplaatst moet worden. Een beroep of bedrijf aan huis moet namelijk mogelijk zijn als voldaan kan worden aan bepaalde voorwaarden. Omdat binnen de gemeente Waalre regelmatig verzoeken binnenkomen voor een beroep of bedrijf aan huis, is deze beleidsnota ontworpen die inzicht geeft in de verschillende vormen van een beroep of bedrijf aan huis en de daarbij behorende voorwaarden en de te doorlopen procedure. De verschillende bestemmingsplannen hanteren over het algemeen de volgende begripsbeschrijving. 1Het onderscheid tussen beroep en bedrijf is in de loop van de tijd vervaagd en is niet altijd duidelijk. Dit onderscheid is in feite alleen maar relevant met het oog op de uitstralingseffecten van het gebruik (hinder, detailhandel, parkeren, reclame etc.) in relatie tot de (primaire) woonfunctie. In de rechtspraak wordt vanuit die hoek ook kritischer gekeken naar bedrijfsmatige dan beroepsmatige activiteiten c.q. de aan huis gebonden (vrije) beroepen. Het uitgangspunt blijft dan ook dat er per verzoek bekeken zal moeten worden of de ruimtelijke uitstraling van een dusdanige aard is dat deze functie nog valt te mengen met de (woon)functie van het betreffende pand of perceel. bedrijf aan huis: ‘het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, gericht op consumentenverzorging, geheel of overwegend door middel van handwerk en waarvan de omvang in de activiteiten zodanig is dat de activiteiten in een woning en de daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend’. beroep aan huis: ’een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend’.

Rechtspraak bij dit artikel