1.. De voorzitter zendt ten minste 10 dagen voor een raadsvergadering de raadsleden digitaal een oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken.

2.. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de digitale oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden verzonden.

3.. De voorzitter kan in spoedeisende zaken afwijken van de lid 1 genoemde termijn. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering worden de oproep, agenda en de daarbij behorende stukken aan de leden verzonden.

4.. Op de stukken, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, is artikel 11 derde lid, van toepassing.

5.. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld.