In de tweede stap wordt bepaald of de aanvrager de beschikking heeft over een alternatief voor omgekeerde osmose. Alleen als er geen alternatief voorhanden is, kan de aanvrager in aanmerking komen voor een ontheffing.
Bij deze toets wordt uitgegaan van:
water dat kwalitatief gelijkwaardig is aan regenwater;
er vindt geen afwenteling plaats naar andere milieucompartimenten;
het alternatief is haalbaar (zowel met betrekking tot de techniek, als de beschikbaarheid, vergunningen en omgeving);
het alternatief is betaalbaar (dat wil zeggen: het is bedrijfseconomisch verantwoord voor de glastuinbouwbedrijven).
Ondergrondse waterberging kan een optie zijn om de regenwateropslagcapaciteit te vergroten. Met name in de gemeente Zuidplas worden proeven gedaan met ondergrondse waterberging. Hieruit blijkt dat het rendement van de opslag hoger is waar het grondwaterpakket dunner en minder zout is en waar de stroming in dat pakket het geringst is. Niet alle locaties zijn dus geschikt voor kleinschalige wateropslagsystemen, maar op dergelijke plekken kunnen grotere en robuustere systemen (bijvoorbeeld collectief aangelegd) of slimme aanpassingen aan het putontwerp wel mogelijkheden bieden.
De provincie Zuid-Holland heeft in haar Verordening Ruimte en Mobiliteit opgenomen dat in (glas)tuinbouwgebieden het eerste watervoerende pakket als prioritair wordt beschouwd voor de toepassing van zoetwateropslag als (deel)oplossing voor de watervraag van de (glas)tuinbouw. Om te beoordelen of ondergrondse hemelwateropslag een optie of alternatief voor brijnlozing kan zijn, worden in eerste instantie de kaarten uit het rapport van KWR [lit. 20 en figuur 4 ] geraadpleegd.
Figuur 4. Mogelijkheden ondergrondse waterberging in Zuidplas [lit. 20]
De aanvrager dient bij de aanvraag aan te geven of hij zelf onderzoek heeft gedaan naar alternatieven (individueel niveau), of dat hij deelneemt of bijdraagt aan collectieve projecten. Deze bijdrage moet worden aangetoond middels een bewijs van lidmaatschap of deelname aan deze projecten.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3
Artikel 3.3.2
Stap 2: alternatief voor omgekeerde osmose?
Onderdeel van Beleid, maatwerkvoorschriften en handhaving bij brijnlozingen