Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3

Artikel 3.3.4

Stap 4: effect van lozing brijn op ondergrond?

Onderdeel van Beleid, maatwerkvoorschriften en handhaving bij brijnlozingen

In de vierde stap wordt bepaald wat het effect is van het lozen van brijn in de ondergrond. Dit effect wordt afgewogen ten opzichte van de huidige situatie. Bij deze afweging worden de volgende aspecten meegenomen [lit. 3]: De capaciteit van de osmose-installatie; De onttrekkingsdiepte van het grondwater en de diepte van het te retourneren brijn; De grondwaterkwaliteit op de betreffende dieptes (zouten, gewasbeschermings-middelen en metalen); De aanwezigheid van scheidende lagen in de ondergrond; Overige gebruiksfuncties in de ondergrond, zoals drinkwatervoorziening en koude-warmte-opslag; Milieubelasting van het bedrijf zonder toepassing van omgekeerde osmose, met name de toename van emissie van gewasbeschermingsmiddelen en nutriënten en de milieubelasting van de alternatieve gietwatervoorziening. In Zuid-Holland zijn veel studies zijn gedaan en uit geen van deze studies blijkt dat er sprake is van grote milieueffecten. In deze stap kan derhalve naar de studies verwezen worden en omdat het effect acceptabel wordt veronderstelt, kan maatwerk worden toegepast.

Rechtspraak bij dit artikel