4.1.1 Bekendheid van een lokaal
De eerste groep van de omstandigheden heeft betrekking op de noodzaak om de bekendheid van een lokaal als drugsadres teniet te doen. De voor het publiek toegankelijke lokalen hebben meer bekendheid dan lokalen die niet voor het publiek toegankelijk zijn. De groep van personen die met de eerstgenoemde lokalen bekend zijn, is namelijk groter.
Daarnaast is de bekendheid van een lokaal als drugsadres groter als in dat lokaal de daadwerkelijke drugshandel aan de eindgebruiker plaatsvindt. Dat is het geval wanneer er aanwijzingen zijn dat de drugs verkocht of verstrekt worden aan eindgebruikers. Dit in tegenstelling tot de situatie waarin in een lokaal een hennepkwekerij opgericht is. Aannemelijk is dat een lokaal in de laatst bedoelde situatie minder bekend is. Degene die een hennepkwekerij opricht, weet meestal aan wie de hennep verkocht moet worden. Een lokaal waarin de daadwerkelijke drugshandel aan eindgebruikers plaatsvindt, heeft echter meer bekendheid nodig zodat meer potentiële klanten daarvan weten. Daarnaast is het moeilijker om de daadwerkelijke drugshandel geheim te houden, dan in geval van een hennepkwekerij. Om die reden wordt er onderscheid gemaakt tussen aanwijzingen dat drugs zijn verkocht dan wel verstrekt en aanwijzingen dat drugs zijn verkocht dan wel verstrekt aan eindgebruikers. Onder eerste categorie van aanwijzingen worden gevallen verstaan waarbij indicaties zijn dat drugs niet voor het eigen gebruik, maar bijvoorbeeld aan de tussenpersoon (voor de doorverkoop) zijn verkocht dan wel verstrekt. Dat is het geval als bijvoorbeeld de politie constateert dat er meerdere oogsten zijn geweest en hennepplanten niet gevonden zijn. Het is dan aannemelijk dat de hennep verkocht dan wel verstrekt is. Als er slechts een handelshoeveelheid drugs gevonden wordt en er geen aanwijzingen zijn dat de drugs verkocht dan wel verstrekt zijn, wordt er verondersteld dat de bekendheid van het lokaal laag is. Dat is het geval wanneer iemand niet zo lang geleden een hennepkwekerij heeft opgericht en nog niet heeft geoogst.
**•.** een voor het publiek toegankelijk lokaal – 1
**•.** aanwijzingen dat drugs zijn verkocht dan wel verstrekt – 1
of aanwijzingen dat drugs zijn verkocht dan wel verstrekt aan eindgebruikers – 2
4.1.2 Herstel van de rust in de directe omgeving
De tweede groep van omstandigheden staat in verband met de noodzaak om de rust in de directe omgeving te doen wederkeren. Uit omstandigheden moet blijken dat er sprake is van onrust in de directe omgeving. Als er klachten van omwonenden bij de politie of de gemeente bekend zijn omtrent de wijze van gebruik van het pand, is dat voldoende reden om aan te nemen dat er sprake is van onrust. Deze categorie kan maximaal 1 punt opleveren.
**•.** klachten van omwonenden – 1
of Politie of afdeling toezicht constateert onrust – 1
4.1.3 Voorkomen van herhaling
De derde groep van omstandigheden ziet op het voorkomen van de herhaling van de drugshandel (waaronder begrepen: het houden van een hennepplantage). Het gaat hier over de inschatting van het risico dat de drugshandel opnieuw in dit pand plaatsvindt. Het aantreffen van een hennepkwekerij in een pand vergroot de kans op herhaling. De kans dat er in een pand een hennepkwekerij wordt aangetroffen wordt groter geacht indien in het betreffende pand reeds eerder al een hennepkwekerij is aangetroffen dan wanneer dit niet het geval is. Daarnaast is de burgemeester van mening dat het risico groter is als de drugshandel door de eigenaar geschiedt, dan wel als de hennepkwekerij door de eigenaar (mede) is opgericht.
Is sprake van verhuur en is de huurder zelf verantwoordelijk voor de drugshandel/hennepkwekerij en zijn er geen aanwijzingen dat de eigenaar/verhuurder het redelijkerwijs had kunnen vermoeden, is het risico op herhaling kleiner. Als de eigenaar wist of kon weten dat de huurder al eerder de Opiumwet heeft overtreden, wordt bijvoorbeeld verondersteld dat de eigenaar het redelijkerwijs had kunnen vermoeden. De eigenaar/verhuurder moet kunnen aantonen dat hij de huurovereenkomst heeft beëindigd of alles daartoe in het werk stelt. Het risico van herhaling wordt namelijk nog kleiner als de eigenaar/verhuurder de huurovereenkomst beëindigt. Als de huurovereenkomst niet beëindigd wordt, kan de huurder verder gebruik maken van het pand waardoor kans op herhaling groter wordt.
Als er al eerder is opgetreden op grond van art. 13b Opiumwet met betrekking tot het pand, is de kans op herhaling groter. Onder eerdere toepassing van artikel 13b Opiumwet wordt verstaan zowel een geregistreerde waarschuwing alsmede een daadwerkelijke sluiting. De burgemeester kijkt hierbij naar toepassingen binnen 5 jaar na het versturen van het laatst afgegeven sluitingsbesluit.
**•.** het aanwezig zijn van een handelshoeveelheid drugs- 1
**•.** drugshandel/hennepkwekerij door de eigenaar - 2
**•.** drugshandel/hennepkwekerij door de huurder en er zijn aanwijzingen dat de eigenaar/verhuurder het redelijkerwijs had kunnen vermoeden – 1
**•.** drugshandel/hennepkwekerij door de huurder en de eigenaar heeft de huurovereenkomst niet beëindigd- 1
**•.** tweede toepassing van art. 13b Opiumwet m.b.t. het lokaal – 3
of derde toepassing van art. 13b Opiumwet m.b.t. het lokaal – 6
of vierde toepassing van art. 13b Opiumwet m.b.t. het lokaal – 10
4.1.4 Aantasting woon-/leefklimaat
De vierde groep van omstandigheden heeft betrekking op het voorkomen van een verdere aantasting van het woon- en leefklimaat. Uit de omstandigheden moet blijken dat het woon- en leefklimaat is aangetast. Dit zou bijvoorbeeld kunnen zijn als op basis van klachten van omwonenden kan worden geconcludeerd dat er niet alleen maar sprake is van onrust in de omgeving, maar ook van de aantasting van het woon- en leefklimaat. Een aanwijzing hiervoor kan zijn het gebruik van drugs in de directe omgeving van de bewuste woning. Daarnaast wordt de handel in harddrugs als een ernstiger verschijnsel voor de omgeving beoordeelt dan de handel in softdrugs Gezien het Nederlandse gedoogbeleid omtrent softdrugs is handel in softdrugs iets meer geaccepteerd dan de handel in harddrugs.
**•.** drugsgebruik in de directe omgeving- 2
**•.** aanwijzingen dat harddrugs zijn verkocht dan wel verstrekt- 2
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.1
Omstandigheden
Onderdeel van Beleidsregel artikel 13b Opiumwet Gemeente Renkum