2.2.1 Ten aanzien van het toepassen van het excessentoezicht, worden de volgende criteria gehanteerd:
**a..** Het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk van zijn omgeving.
**b..** Het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden bij aanpassing van een bouwwerk.
**c..** Armoedig materiaalgebruik bij erf- en terreinafscheidingen, bijgebouwen en overkappingen die zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte. Voorbeelden van armoedig materiaal zijn: rietmatten, beddenspiralen, oude deuren, golfplaten of zeildoek.
**d..** Armoedig materiaalgebruik bij gevelbetimmeringen die zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte. Voorbeelden van armoedig materiaal zijn: kunststof schroten en industriële beplating.
**e..** Het toepassen van felle of contrasterende kleuren.
**f..** Te opdringerige reclames.
**g..** Een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is.
**h..** Ernstige verwaarlozing van het uiterlijk van een bouwwerk en verloedering door achterstallig onderhoud.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2
Algemene excessenregeling
Onderdeel van Criteria van gevallen waarbij wordt afgezien van preventief welstandstoezicht