Artikel 2.1 Toepasbaarheid criteria van gevallen waarbij wordt afgezien van preventief welstandstoezicht
2.1.1 De regels voor het afzien van preventief welstandstoezicht zijn niet van toepassing indien het bouwwerk wordt gerealiseerd:
**a..** In deelgebieden waar het strenge welstandsregime geldt.
**b..** In deelgebieden gelegen buiten de bebouwde kom, met uitzondering van het deelgebied 13h (’t Hazeleger).
**c..** Aan of bij een beschermd monument als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Monumentenwet 1988, een monument waarop artikel 5 van deze wet van toepassing is, een krachtens provinciale of gemeentelijke verordening aangewezen monument dan wel een monument waarop, voordat het is aangewezen, een zodanige verordening van overeenkomstige toepassing is.
**d..** In beschermde dorpsgezichten.
2.1.2 In afwijking van het genoemde in artikel 2.1.1, onder a en onder e, zijn de regels voor het
afzien van preventief welstandstoezicht voor zover deze betrekking hebben op reclameuitingen (zie artikel 3.3) wel van toepassing:
**a..** In deelgebieden waar het strenge welstandsregime geldt.
**b..** In beschermde dorpsgezichten.
In figuur a worden de deelgebieden weergegeven waar in de bepaalde categorieën van gevallen wordtafgezien van preventief welstandstoezicht.
Hoofdstuk 2
Artikel 2
Bijzondere regels
Onderdeel van Criteria van gevallen waarbij wordt afgezien van preventief welstandstoezicht