Het gebruik van standplaatsen mag niet leiden tot verkeersonveilige situaties of een onevenredige parkeerdruk. De vaste standplaatsen zijn nagenoeg dezelfde locaties als waar ze nu ook (kunnen) worden ingenomen.
2.2.1.Welstand
Kramen etc. moeten voldoen aan ‘redelijke eisen van welstand (art.5:18, lid 3, sub a). Als het gebruik tot onaanvaardbare ontsiering leidt, is dat reden de vergunning te weigeren of in te trekken. Dat geldt ook voor kramen, verkoopwagens etc. op niet vaste standplaatsen.
2.2.2Ruimtebeslag standplaats
De ruimte die met de standplaats wordt ingenomen moet in een redelijke verhouding staan tot de omgeving van de standplaats. In het kader van de welstandstoets wordt ook de afmeting van het opstal (kraam e.d.) betrokken.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2
Eisen bij aanwijzing standplaatsenlocaties
Onderdeel van Nota standplaatsen gemeente Renkum 2018