In deze bijlage wordt een overzicht van boomsoorten gegeven die volgens gemeentelijk beleid en beschikbare kennis geschikt zijn voor aanplant in de gemeente. Hiermee kan richting worden gegeven aan herplantvereisten. In overleg met degene die voor de herplant moet zorgen wordt de selectie bepaald. Voor onderstaand overzicht is aangesloten bij het Landschapsplan Bergen (2013).

Welke bomen te herplanten?

Het resultaat van terug planten moet zijn een goed groeiende, gezonde boom. Tot in lengte van jaren en vrij uitgroeiend. Dat betekent dus dat er sprake dient te zijn van een zorgvuldige aanplant waarbij overlast en risico’s moeten worden voorkomen. Dit komt tot uiting in de volgende punten:

  • - voldoende ruimte voor de boom,
  • - een inheemse soort (en geen cultivar) die zo goed mogelijk is aangepast aan de standplaats: grondsoort, waterhuishouding en expositie.

Om inzicht te geven in de grootte van de bomen is onderstaande afbeelding opgenomen. Hierop is te zien hoe de grootte van een boom zich verhoudt tot een huis met 2 verdiepingen. In de afbeelding maken we nog onderscheid tussen categorie 1a en 1b.

  • - > 20 meter, ruim boven een huis
  • - 12-20 meter, komt boven het dak uit
  • - < 6 meter, onder de dakgoot

Binnen de bebouwde kom, in tuinen < 1.000 m2, kunnen beter geen bomen van categorie 1 worden aangeplant. Dit zijn bomen die gemiddeld groter dan 25 meter worden.

Afbeelding bij dit artikel

In het buitengebied

  • - Maasdal. Bomen in dit deel moeten overstromingen kunnen weerstaan. Broekbossoorten als zwarte els, berk, wilgensoorten, populieren zijn dan mogelijk. Ook toepasbaar in dit kader zijn zomereik, lindesoorten, fladderiep en walnoot.
  • - Beekdalen. Op de flanken van beekdalen ook dit sortiment. Beuk kan ook mits op een niet-overstromingsgevoelige of natte locatie.
  • - Middenterras. Hier staan soorten die passen in blokverkavelingen op drogere en vochtiger zandgronden: zomereik, wintereik, linde, beuk, meidoorn als boompje, walnoot, berk, fruitbomen als in hoogstam kers, peer en appel (maar wel op voormalige humeuze cultuurgronden met bereikbaar grondwater), fijnspar, grove den en lijsterbes.
  • - Ontginningslandschap. Veelal open gebieden, vaak ook met (inmiddels niet overal) meer bereikbaar grondwater. Bedoeling is dat deze gebieden wel natter worden. Soorten: zomereik, linde (op erven), populier, wilg, berk, hoogstamfruit, fijnspar. Nu al vaak te nat voor beuk.
  • - Tuindorp. Nabij tuinderswoningen [eigenlijk allemaal) ook wat uitheemse/gekweekte soorten toestaan als uiting van het kwekerijgevoel, zoals acacia, paardekastanje, esdoorn, tamme kastanje, amberboom en dergelijke. Siervormen, treurvormen en bonte vormen vermijden. Fruitbomen als in hoogstam kers, pruim, peer en appel. Verder naaldbomen als fijnspar, Chamaecyparis, Thuja, Abies.

Binnen de bebouwde kom.

Het sortiment als voor Tuindorp. Maar hier geldt als beperking de beschikbare ruimte. In tuinen

< 1.000 m2 geen bomen planten van de eerste grootte, tenzij vrij uitgroeien echt mogelijk is over de grond van de buurman.