1. Een hulpvraag kan door of namens een cliënt bij het college worden gemeld.
2. Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk of elektronisch.
3. In spoedeisende gevallen, als bedoeld in artikel 2.3.3, van de wet, treft het college na de melding onverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek. Er is in ieder geval sprake van spoedeisende gevallen indien:
a. de client die huishoudelijke ondersteuning ontvangt in de thuissituatie, wordt opgenomen in een Wlz-instelling en voor de achterblijvende partner huishoudelijke ondersteuning nodig blijft in de thuissituatie.
b. de cliënt overlijdt en er een partner achterblijft waarvoor huishoudelijke ondersteuning noodzakelijk blijft.
c. er voor de cliënt direct na ongeplande ziekenhuisopname huishoudelijke ondersteuning noodzakelijk is en er geen sprake is van voorliggende voorzieningen of indien er geen andere huisgenoten aanwezig zijn die de gebruikelijke hulp kunnen leveren.
d. de cliënt direct opvang nodig heeft.