1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura dan wel een maatwerkvoorziening middels pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt,
2. In afwijking van het eerste lid van dit artikel is geen eigen bijdrage verschuldigd voor rolstoelvoorzieningen (sportrolstoelen uitgezonderd), pgb (rolstoel)taxivervoer en alternatieve vervoersvoorzieningen.
3. In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet is een cliënt aan wie een maatwerkvoorziening voor (rolstoel)taxivervoer in natura (Deeltaxi) is toegekend, een instaptarief en een tarief per gereisde kilometer verschuldigd. Deze tarieven worden door de Regio West-Brabant vastgesteld.
4. De bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, dan wel het totaal van de bijdragen, wordt bepaald conform het bepaalde in artikel 2.1.4, derde lid, en 2.1.4, vierde lid, sub a van de wet, waarbij de bijdrage de kostprijs van de voorziening niet overstijgt conform artikel 2.1.4, zesde lid van de Wet maatschappelijke ondersteuning.
5. De kostprijs:
a. een maatwerkvoorziening welke wordt verstrekt in natura: wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de leverancier of aanbieder welke gelijk is aan het bedrag wat de gemeente verschuldigd is aan de leverancier of aanbieder voor de maatwerkvoorziening.
b. een maatwerkvoorziening welke wordt verstrekt middels een pgb: is gelijk aan de hoogte van het pgb.
6. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid, van de Wet, worden de eigen bijdragen voor een maatwerkvoorziening welke wordt verstrekt in natura of middels een pgb door het CAK vastgesteld en geïnd.
7. De eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt kan geïnd worden. De onderhoudsplichtige ouders zijn verschuldigd om de eigen bijdrage te betalen, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gerond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.