1.. Kabels en leidingen hebben tot bovenkant maaiveld de volgende afstand bij:

  • - telecommunicatie: 0,60 m vanaf onderkant kabel;
  • - water <200mm: 0,85 m vanaf bovenkant buis;
  • - water >200mm: 01,00 m vanaf bovenkant buis;
  • - gas: 0,85 m vanaf bovenkant buis;
  • - elektra ls: 0,60 m vanaf onderkant kabel;
  • - elektra ms: 0,90 m vanaf onderkant kabel;
  • - warmteleiding: 1,00 m vanaf bovenkant buis;
  • - Riool: 1,20 m vanaf bovenkant buis of afhankelijk van het verval van de leiding bij vrijvervalleiding.

2.. Indien kabels en leidingen elkaar kruisen

  • - distributiekabels en/of -leidingen liggen ondieper dan transportleidingen;
  • - vrijvervalleidingen hebben voorrang op drukleidingen;
  • - bij kruisingen van kabels en/of leidingen bedraagt de onderlinge tussenruimte (verticale afstand) tenminste 0,20 m;

3.. Er moet een strook tussen 0,60 m -mv en 0,85 m -mv vrijgehouden worden in verband met kruisende vrijverval rioolaansluitingen.