Om de hiervoor genoemde doelstellingen te bereiken zijn in technisch, financieel, organisatorisch en procedureel opzicht maatregelen nodig. Meer hierover staat beschreven in hoofdstuk vijf.

Globaal komt de aanpak op het volgende neer.

Beheergebied

Op basis van de inventarisatie van grondwaterverontreinigingen en de verwachte toekomstige verspreiding wordt een beheergebied door het college aangewezen. Aan de randen van het gebied en op een aantal nader te bepalen locaties in het gebied worden de ontwikkelingen gevolgd door middel van monitoring van de grondwaterkwaliteit. Als zich onverwachts toch een ongewenste ontwikkeling voordoet bij de gebiedsgrenzen worden maatregelen genomen. Dit noemen we het terugvalscenario. De afstand tussen de monitoringspunten en de gebiedsgrens, in combinatie met de verspreiding van het grondwater, bepalen de tijd die beschikbaar is tussen het waarnemen van een mogelijke bedreiging en het bijsturen van de ongewenste ontwikkeling. Het soort impact, en de gewenste responstijd, worden zo goed als mogelijk afgestemd op de omstandigheden bij het betrokken gedeelte van de gebiedsgrens.

Gebiedsgerichte aanpak voor het benutten

Volgens de gevalsgerichte/klassieke aanpak mogen bron en pluim niet ontkoppeld worden en mogen pluimen niet groter worden. Dit kan belemmerend werken voor projectontwikkelaars. Voornamelijk de diepere grondwaterverontreinigingen vormen een probleem. De gebiedsgerichte benadering creëert ruimte hiervoor: de probleemhouder blijft verantwoordelijk voor de sanering van de bron en de gebiedsbeheerder wordt op basis van nadere afspraken verantwoordelijk voor het beheer van de verontreinigingen in het diepe grondwater. Verspreiding van verontreinigingen wordt binnen het beheergebied toegestaan zolang de grenzen van het beheergebied niet worden overschreden. Dit betekent dat verspreiding als gevolg van bijvoorbeeld bouwactiviteiten, bronbemalingen, drainage, deepwells, bodemenergiesystemen, etc. binnen de grenzen van het gebied mag plaatsvinden. Hiervoor moet een financieel vangnet ingericht worden. Het financiële vangnet kan worden ingezet als verspreiding buiten het gebied dreigt.

Gebiedsgerichte aanpak voor het beschermen

Bij het beschermen van het beheergebied ligt de focus op de kwaliteit van het grondwater aan de randen. Het optreden van humane of ecologische risico’s binnen het gebied of verspreiding buiten het gebied moet worden voorkomen. Om grip te krijgen op eventuele uitstroom uit het beheergebied, wordt een maatregelenpakket opgesteld, het zogenaamde terugvalscenario. Verder zijn er nog potentiële risico’s als gevolg van grondwateronttrekkingen door particulieren. Om risico’s als gevolg van deze onttrekkingen te voorkomen moet mogelijk een gebruiksbeperking van het grondwater worden ingesteld.

Gebiedsgerichte aanpak voor het verbeteren

Voor het verbeteren van de waterkwaliteit blijft in eerste instantie de aanpak van de nog aanwezige bronnen centraal staan. Voor iedere sanering verandert er qua procedure niets. Alleen het toetsingskader verandert voor een deel. Het gebiedsgerichte beleid introduceert slechts een speciaal voor de Almelose situatie geldend kader, dat vanwege het specifieke karakter het beleid van het Rijk, de provincie en het waterschap aanvult. Het gebiedsgerichte beleid is in juridisch opzicht verankerd in de Wbb en de KRW en verder uitgewerkt in maatregelen voor het beschermen van het beheergebied. Praktische uitvoering is mogelijk, omdat van geval tot geval de aanpak van de grondwaterverontreinigingen onder specifieke voorwaarden aan de gebiedsbeheerder kan worden overgedragen. Risico’s van aanwezige grondwaterverontreinigingen in het hele gebied worden beheerst.

Gebiedsgerichte aanpak voor het besparen

De grondwaterverontreinigingen die zich op dit moment nog in de bodem van Almelo bevinden kunnen in financieel opzicht niet meer verantwoord volledig gesaneerd worden. Indien zij geen humane of ecologische risico’s met zich meebrengen hoeft dat ook niet meer. De gebiedsgerichte aanpak houdt onder andere in dat niet iedere grondwaterverontreiniging meer voor zich gemonitord hoeft te worden. Hierdoor kan er bespaard worden op de kosten. Daarnaast is (gecontroleerde) verspreiding binnen het beheergebied toegestaan. De verwachting is dat de gebiedsgerichte aanpak daarom goedkoper is dan de gevalsgerichte aanpak.