Over het algemeen is alleen sprake van een welstandstoets bij bouwactiviteiten die omgevingsvergunningplichtig zijn. De welstandsnota is voor de burger hoofdzakelijk van belang bij de aanvraag van een omgevingsvergunning. Voor omgevingsvergunningvrije bouwactiviteiten vindt geen welstandstoets vooraf plaats. Wel kan, als deze door hun verschijningsvorm ernstige irritatie oproepen, alsnog, achteraf getoetst worden of voldaan is aan redelijke eisen van welstand. Dit wordt aangeduid met het begrip ‘repressieve toetsing’ (zie de Handhaving en excessenregeling in bijlage 1). Om een dergelijke situatie te voorkomen kan een initiatiefnemer een vergunningvrij bouwwerk vrijwillig op welstandsuitgangspunten laten toetsen. De wel-standsnota is in dit geval een inspirerend beleidsdocument.
Als een bouwactiviteit omgevingsvergunningplichtig is, wordt op basis van de Criteria van gevallen waarbij wordt afgezien van preventief welstandstoezicht (te vinden in de bijlage bij deze welstandsnota) eerst getoetst of de bouwactiviteit welstandsvrij kan worden geplaatst. Is dit niet het geval, dan vindt toetsing plaats aan de in deze nota opgenomen welstandscriteria1.
De welstandscriteria vallen uiteen in twee categorieën:
**A..** Gebiedsgerichte welstandscriteria
De gebiedsgerichte criteria zijn gekoppeld aan een specifiek deelgebied binnen de gemeente. Deze deelgebieden vertonen samenhang qua verschijningsvorm van de bebouwing of door de stedenbouwkundige opzet en/of door de relatie met het landschap en de bodemstructuur.
**B..** Algemene welstandscriteria
Voor bijzondere ontwerpen die op voorhand niet voldoen aan de gebiedsgerichte welstands-criteria kan een aanvrager een beroep doen op de algemene welstandscriteria. Aan de hand daarvan kan de Commissie ruimtelijke kwaliteit toch een positief welstandsadvies uitbrengen aan burgemeester en wethouders. Uitgangspunt is dat naarmate het ontwerp zich sterker onderscheidt het strenger zal worden getoetst. Daarbij zullen deze algemene welstands-criteria dus zwaarder worden vertaald in verschillende beoordelingsaspecten, toegespitst op dat ene bouwwerk in relatie tot zijn omgeving in de ruimste zin van het woord.
In figuur 1.1 is in een stroomschema verduidelijkt wanneer een aanvraag om omgevingsvergunning aan welstand dient te worden getoetst en welke welstandscriteria daarbij eventueel van toepassing zijn.
Figuur 1.1 Stroomschema welstandscriteria van toepassing bij een aanvraag om omgevingsvergunning