De kernen van Renkum zijn gesitueerd in de verstedelijkte zone langs de zuidelijke Veluwe-zoom op de overgang van het stuwwallenlandschap en het rivierdal. Een uitzondering hierop vormt Wolfheze. Voorts ligt de gemeente Renkum ingeklemd tussen het stedelijk gebied van Ede, Wageningen en Arnhem zonder duidelijke zichtrelaties met deze buurgemeenten. Ten-slotte vormt de Rijn een brede overgang tussen de kernen in het stuwwallenlandschap en die in het rivierenlandschap.
2.3.1Renkum / Heelsum
Ruimtelijke structuur
Renkum ligt aan de Molenbeek, die vanuit de stuwwal in het noorden langs de Keyenberg stroomt. De oudst bewoonde gedeelten lagen in de buurschappen Harten en de Keyenberg.
Renkum is tot het eind van de 19e eeuw in hoofdzaak een agrarisch dorp geweest, met een wisselend florerende papierindustrie. De kern breidde zich in die tijd uit langs de Dorpsstraat. In het laatste kwart van de 20e eeuw is een tweede, grootschalige, papierfabriek in de uiterwaarden aangelegd. Uitbreiding van de werkgelegenheid had een toename van arbeiderswoningen tot gevolg.
De ontwikkeling van Renkum vond in eerste instantie langs landbouwwegen plaats welke als ‘linten’ vanaf de dorpskern naar het buitengebied lopen. Deze lintbebouwing bepaalt in belangrijke mate de structuur van het dorp en is ook in de andere dorpen aanwezig. De landschappelijke ‘onderlegger’ was veelal bepalend voor het wegverloop, zeker op de overgang van het vlakke uiterwaardengebied naar de stuwwal.
Later zijn op de (landbouw) gronden tussen deze linten woonbuurten gebouwd. Op deze binnenterreinen zijn ook veel bedrijven ontstaan, die in de woonomgeving werden opgenomen. Door de bouw van de buurten Fluitersmaat, Hogenkamp, Doornenkamp en het industrieterrein Schaapsdrift is Renkum aan Heelsum vastgegroeid
De Dorpsstraat in Renkum heeft zich kunnen ontwikkelen tot het hoofdwinkelcentrum van zowel Renkum als Heelsum. Hieronder vallen ook de winkels en de bibliotheek aan de wat noordelijker gelegen Europalaan. Belangrijke oriëntatiepunten zijn papierfabriek Parenco, het multifunctioneel centrum de Rijnkom (inclusief omgeving) en het oude Renkum rond de Dorpsstraat en Kerkstraat met het winkelcentrum en het dorpsplein.
De dorpskom van Heelsum is ontstaan aan de oostzijde van de Heelsumsebeek, nabij de Noordberg. Naast de vestiging van papierwatermolens zijn er ook woningen aan de westzijde van de beek gebouwd langs het huidige tracé van de Kerkweg. Heelsum is van een agrarische gemeenschap uitgegroeid tot een villadorp met een voornamelijk organisch gegroeide opzet.
Na de Tweede Wereldoorlog nam het ruimtebeslag sterk toe, wat leidde tot de verkaveling van binnengebieden en de bouw van enkele grootschalige verzorgingshuizen en serviceflats. Het centrum van Heelsum ligt sindsdien langs de Utrechtseweg. Het tamelijk gefragmenteerde groen vertoont alleen in het zuidelijke deel van de kern een duidelijke samenhang met de stedenbouwkundige structuur. Markante punten zijn de oude NH-kerk aan de Koninginnelaan, het Airborne-monument langs de Utrechtseweg en de RK-kerk aan de Kamperdijklaan.
Typering bebouwing
Kenmerkend voor het dorp Renkum is de lintbebouwing. Deze kent een overwegend losse bebouwingsstructuur. De vrijstaande, al dan niet twee-onder-een-kapwoningen hebben een bouwstijl uit het begin van de 20e eeuw, afgewisseld met ‘moderne’ woningen uit deze tijd. Een vergelijking van buurten laat zien, dat elk gebied een eigen verkavelingspatroon, uitstraling en identiteit kent. De karakteristieke lintbebouwing koppelt de buurten aan elkaar.
In hoofdzaak bestaat het bebouwde gebied uit woonbebouwing. Verspreid over de gemeente komen ook andere functies voor, maar van gebieden met een herkenbare functiemenging is geen sprake. Dat Renkum de reputatie heeft van industriedorp wordt in hoofdzaak bepaald door de alleszins dominante aanwezigheid van de papierfabriek Parenco. Andere industriële-en bedrijfsactiviteiten vinden plaats op de industrieterreinen Schaapsdrift.
Een ander opvallend element in de bebouwde kom is het erosiedal, dat vanaf het Wilhelmina-sportpark via de Bram Streeflandweg en de Van Ingenweg naar de Rijn loopt. Dit gebied onderscheidt zich zowel door de landschappelijke karakteristiek maar ook door de functie en onsamenhangende inrichting. Het multifunctioneel centrum De Rijnkom ligt in het geografische centrum van de bebouwing. De verschijningsvorm van het gebouw roept echter niet het beeld op van een uitnodigend ontmoetingscentrum.
Met de herinrichting van de openbare ruimte eind jaren negentig van de 20e eeuw heeft de Dorpsstraat een metamorfose ondergaan. Langs de tot Rijnpromenade omgedoopte winkelstraat staat een rijke variatie aan bebouwing, die overigens geen aaneengesloten geheel vormt. Zo zijn er talrijke verschillen in ouderdom, massa en bouwstijl.
Het kenmerk van de organisch gegroeide structuur in Heelsum is de verscheidenheid in de bebouwing. Deze komt voornamelijk tot uitdrukking in de variatie aan bouwstijlen en de aanwezigheid van verschillende functies. Bij de ‘planmatige’ inbreiding gaat het vooral om nieuwere bebouwing en om gelijkvormige blokken met rijtjeswoningen. Daarnaast zijn er enkele verzorgingshuizen die een grootschalig karakter hebben (hoogbouw).
Naast de bebouwing is het groen van Heelsum op verschillende plekken opvallend aanwezig. In het westen van het gebied ligt het park Heidestein. Dit is het enige echte park in het gebied Renkum / Heelsum.
2.3.2Wolfheze
Ruimtelijke structuur
De Heelsumsebeek bepaalt mede de ligging van het oude Wolfheze. De resten hiervan zijn nog te vinden ten zuiden van de A50 op een terrein met de status van beschermd archeologisch rijksmonument.
Het huidige dorp heeft een nog betrekkelijk korte historie. De voltooiing van de spoorlijn Utrecht – Arnhem in 1845 was de eerste aanzet voor het ontstaan van het nieuwe Wolfheze. De bouw van het station leidde tot de aanleg van de Wolfhezerweg en de eerste bebouwing in de omgeving van het station. De uitgroei begon echter pas in 1906 met de komst van het ‘Psychiatrisch Ziekenhuis Wolfheze’. Al snel verrees op dit terrein de eerste bebouwing, voornamelijk langs wegen, die cirkelvormig om de centraal gesitueerde kerk lagen. Enige jaren later, in 1911, verrees ten noorden van de spoorlijn het ‘Tehuis voor Alleenstaande Blinden, het Schild’.
Tot de Tweede Wereldoorlog breidde de bebouwing van Wolfheze zich geleidelijk uit. Daarna ontstond ook bebouwing tussen de Heelsumseweg en de Wolfhezerweg, ten oosten van de Wolfhezerweg en in de omgeving van de Duitsekampweg.
In de jaren ‘60 van de 20e eeuw zijn voornamelijk ten noorden van de spoorlijn wat grotere aantallen gelijksoortige woningen gerealiseerd. Hier is destijds ook het Sportpark Wolfheze aangelegd. De laatste jaren hebben in Wolfheze geen noemenswaardige uitbreidingen meer plaatsgevonden. Wel is in 2011 een bestemmingsplan vastgesteld voor ‘Wolfsheide’, een terrein aan de oostzijde van Wolfheze ten noorden van de spoorlijn waar 49 woningen zullen worden gerealiseerd.
Twee structuurlijnen delen het dorp in zijn huidige vorm op. Dit zijn de Wolfhezerweg en in het bijzonder de spoorlijn. Het kruispunt van beide kan als middelpunt en oriëntatiepunt van het dorp worden gezien. Hoewel deze plek zich door zijn vormgeving (grote openheid) niet zo duidelijk als centrale, herkenbare ruimte manifesteert.
In Wolfheze kent het groen een eenvoudige opzet in herkenbare eenheden: een raamwerk van lanen met een invulling van particulier groen.
Typering bebouwing
Wolfheze ademt duidelijk de sfeer uit van zijn omgeving, die rijk is aan bos en heide. Dit is te danken aan de tamelijk ruime dorpsopzet en de aanwezigheid van veel groen in het dorp.
Ten noorden van de spoorlijn in Wolfheze ligt de over het algemeen nieuwere bebouwing vanaf de jaren ’60 van de 20e eeuw. Deze kenmerkt zich door een relatieve eenvormigheid. Rijen min of meer dezelfde woningen (doorgaans twee verdiepingen met een kap) vormen het straatbeeld, afgewisseld met vrijstaande woningen langs de Duitsekampweg. Het geheel oogt wat onsamenhangend en kent geen duidelijke structuur. Toch is in dit deel van het dorp veel van de natuurlijke beplanting aanwezig, wat het geheel een passend karakter geeft.
Het gedeelte van Wolfheze ten zuiden van de spoorlijn heeft ook een zekere planmatige opzet. De overwegend vrijstaande of twee-onder-een-kapwoningen kunnen onderling nogal verschillen in bouwvorm. De Balijeweg omsluit het geheel, met vooral aan de oostzijde vrijstaande woningen op zeer grote kavels. Deze vormen de overgang tussen het dorp en het omringende bos. In het zuidelijk gedeelte zijn de meeste voorzieningen van het dorp geconcentreerd (station, school etc.).
Het belangrijkste kenmerk van het terrein van de psychiatrische inrichting is de parkachtige inrichting. Langs geasfalteerde wegen, die overwegend een concentrisch verloop hebben liggen de losse, vrijstaande gebouwen in het groen. De gebouwen zijn zowel in verschillende tijdsperi-oden als architectuurstijlen gebouwd, waardoor een afwisselend beeld ontstaat.
2.3.3Doorwerth (inclusief Kievitsdel) en Heveadorp
Ruimtelijke structuur
De oude kern van Doorwerth bevond zich langs de Fonteinallee, nabij het kasteel Doorwerth, vrijwel direct aan de scherpe helling van het rivierdal. Het huidige dorp is vanaf het begin van de 20e eeuw op een ‘planmatige’ wijze ontwikkeld, echter vanuit verschillende ontwerpfilosofieën.
Centraal in het dorp bevindt zich een open, parkachtige ruimte, waarin enkele vrijstaande gebouwen staan. De Van der Molenallee is een centrale laan, die Doorwerth scheidt in een noordelijke en zuidelijk deel. Langs deze weg staan allerlei gebouwen met verschillende functies in een wisselende omgeving. Opvallend is de voor Doorwerth grote open ruimte tegenover de Dillenburgflat. Oriëntatiepunten in Doorwerth zijn: het winkelcentrum ‘De Weerd’, het voormalig RZR kantoor, de Ontmoetingskerk en het Van der Molenplein met RK-kerk.
De Van der Molenallee is ook de hoofdontsluiting van het westelijker gelegen Kievitsdel. Dit deel van het dorp is een bospark met daarin verspreid liggende villa’s. De eerste villa’s uit het begin van de 20e eeuw staan vooral langs de Utrechtseweg, Kabeljauwallee en Van der Molenallee. De latere bebouwing is gerealiseerd in een dichtere verkaveling. De kruising van de Utrechtseweg met de Van der Molenallee is het belangrijkste knoop- en oriëntatiepunt in Kievitsdel.
Kenmerkend voor Heveadorp is de solitaire ligging in een sterk geaccidenteerd terrein. Aan de oostzijde van het dorp liggen de Seelbeek en de Valckeniersbossen, en aan de westkant ligt het bosgebied van de Duno.
Heveadorp is ontstaan op een deel van het voormalige landgoed Duno en is één van de weinige ‘company-towns’ in Nederland. Rond 1915 vestigde de rubberfabriek Hevea zich hier en zijn er 83 woningen gebouwd in een rechthoekig stratenpatroon. Aan de Dunolaan werden 14 luxere vrijstaande woningen voor kaderpersoneel gebouwd. Inmiddels is de fabriek verdwenen. Er
zijn aansluitend aan de ‘oude’ buurt rijen- en twee-onder-een-kapwoningen gerealiseerd als overgang naar de reeds bestaande vrijstaande woningen langs de Dunolaan.
Naast het restaurant aan de Oude Oosterbeekseweg is eind jaren negentig van de 20e eeuw een op zichzelf staand woonbuurtje ontwikkeld. In Heveadorp komt nauwelijks openbaar groen voor. Bepalend zijn de dominant aanwezige bosranden en de vele tuinbeplantingen rond de vrijstaande woningen.
Typering bebouwing
Bij de eerste ideeën voor Doorwerth gingen de gedachten uit naar vrijstaande woningen in de Cardanusbossen. Het idee was de grond als kleine kavels voor eenvoudige villa’s te verkopen. Doorwerth is uiteindelijk overwegend planmatig ontwikkeld, op een meer grootschalige wijze met bovendien relatief veel hoogbouw.
Naast woningbouw ligt een klein bedrijventerrein aan de Cardanuslaan, een winkelcentrum langs de Van der Molenallee en zijn aan de noordzijde, langs de Dalweg, een school, een sporthal en een jeugdherberg gerealiseerd. Daarnaast ligt aan de W.A. Scholtenlaan een sportpark. Opmerkelijk is de grote diversiteit in bouw- en architectuurstijlen op een betrekkelijk klein oppervlak.
In Doorwerth overheerst het beeld van bebouwing in het bos. De bomen verzachten zomers het contrast tussen hoog- en laagbouw. Doorwerth heeft geen historisch dorpshart, maar wel een herkenbaar winkelcentrum. Dit gebouw heeft een introvert karakter en draagt daarmee niet bij aan de gewenste ruimtelijke kwaliteit. Een groot kantoorgebouw aan de overzijde versterkt dit negatieve beeld.
In Kievitsdel is vanaf de wegen relatief weinig van de bebouwing te zien. Door de ruime opzet en het ontbreken van (centrum)voorzieningen is hier geen sprake van een zelfstandige dorpskern. Beeldbepalend zijn het bos, de laanbeplanting en de pluriforme villa’s op brede percelen met grote voortuinen. Afwijkende bebouwing zijn het inmiddels verouderde (en gesloten) verzorgingstehuis Mooiland en het multifunctioneel sport- en horecacomplex ‘De Branding’. Dit centrum is ontwikkeld in het begin van de jaren ‘30 van de 20e eeuw onder de naam ‘Natuurbad Doorwerth’ en omvat nu een hotel, restaurant en congrescentrum.
In Heveadorp zijn de woningen van het oorspronkelijke fabrieksdorp gebouwd in Engelse cottagestijl met rieten daken en dakkapellen. De donkere muren en de rieten dakbedekking geven de hele buurt een landelijk karakter. De woningen zijn verschillend van grootte en voor het merendeel geschakeld.
Een coöperatieve winkel, schoolgebouwen en een postkantoortje maakten Heveadorp tot een zelfstandig dorp. Deze voorzieningen zijn echter verdwenen en het schoolgebouw heeft een andere bestemming gekregen. Een groot deel van de recentere woningbouw is gerealiseerd op het terrein waar vroeger de Vredesteinfabriek stond en daarvoor ‘Huis ter Aa’. Het voor de fabriek aangelegde terras is voor de woningbouw weer vergraven.
De hoogteverschillen zijn als sprongen in de achtertuinen terug te vinden. Het overgrote deel van deze woningen kent dezelfde architectuur. Ze hebben een eenduidige, eenvoudige uitstraling. Daarnaast zijn er een aantal vrijstaande woningen in een soms opvallende bouwstijl gerealiseerd.
2.3.4Oosterbeek
Ruimtelijke structuur
Het ontstaan van Oosterbeek moet gezocht worden langs de huidige Benedendorpsweg ter plaatse van het oude NH-kerkje. De kern Oosterbeek bestaat aanvankelijk uit drie buurtschappen: Dreyen, Klingelbeek en het benedendorp bij de Benedendorpsweg opgaand naar de Weverstraat. Rond 1855 zijn langs de Utrechtseweg grote buitens en villa’s gebouwd. Vervol-gens ontwikkelt het dorp zich vanaf de Benedendorpsweg richting de Utrechtseweg.
Aan het begin van de 20e eeuw is in hoofdlijnen de structuur bepaald. Het dorp onderging langzaam maar zeker een verdichting met het verkavelen van de buitenplaatsen en de ruime terreinen tussen de wegen. Naast woningbouw hebben zich op deze binnenterreinen ook bedrijven gevestigd.
Het stuwwallenlandschap stelt duidelijke voorwaarden aan de bewoning van het dorp. Zo zijn de dalinsnijdingen in de stuwwal (Zweiersdal ten oosten van de Weverstraat en de Oorsprong ten westen van de Hemelse Berg) onbebouwd gebleven. De hoogteverschillen van de stuwwal zijn aan de zuid- en noordkant van de Utrechtseweg afwijkend. Hierdoor kon in het noordelijke deel meer aaneengesloten gebouwd worden dan in het meer geaccidenteerde zuidelijke deel.
De Utrechtseweg vormt de meest herkenbare drager van Oosterbeek. Met de herinrichting van deze weg is de stroomfunctie voor het doorgaande verkeer enigszins ingeperkt. De nadruk ligt nu op de centrum- en verblijfsfunctie. De spoorlijn Utrecht – Arnhem ligt deels verdiept en vormt de noordelijke begrenzing van het dorp.
Oriëntatiepunten in Oosterbeek zijn: de diverse villa’s langs de Utrechtseweg, het gemeentehuis / marktplein, villa en park Hartenstein met het Airborne-monument, en de oude kerk aan de Benedendorpsweg.
Voor het dorp Oosterbeek bieden de parkgebieden, de dalinsnijdingen en de restanten van landgoederen een overtuigend groen decor.
Typering bebouwing
De zichtbare hoogteverschillen en de uiteenlopende bouwwijzen bepalen deels het verschil tussen de straatbeelden ten noorden en ten zuiden van de Utrechtseweg. Ten zuiden van de Utrechtseweg overheerst het landschappelijke beeld door de talrijke zichtlijnen in de richting van de Rijn en Betuwe. Ten noorden van de Utrechtseweg is in relatief dichte eenheden gebouwd (mogelijk door minder sterke hoogteverschillen) en geeft het straatbeeld een stenige indruk. De noordelijke parkstrook langs de spoorlijn Utrecht – Arnhem vormt aan deze zijde een uitloopgebied van het dorp.
Aan de oostzijde van Oosterbeek ligt de spoorlijn Arnhem – Nijmegen, die opvalt door de hoge situering door de open uiterwaarden heen en recente infrastructurele aanpassingen als geluidsschermen. Direct ten oosten daarvan ligt een gebiedje met bedrijfsbebouwing langs de Klingelbeekseweg en presenteert Arnhem zich met het Arnhems Buiten.
Het langgerekte centrum van Oosterbeek oogt wat onsamenhangend. Het hart van het cen-trum bestaat uit het raadhuis met het grootschalige parkeerterrein langs de Utrechtseweg, de Weverstraat en het Plein 1946. Er zijn slechts enkele naoorlogse toevoegingen, waarvan het voormalige postkantoor op Plein 1946 en de bebouwing in de omgeving van het gemeentehuis het meest opvallend zijn. Rond dit laatste gebouw bevinden zich de wat grotere bouwmassa’s: de bibliotheek, twee bankkantoren, een supermarkt, de RK-kerk en het verzorgingstehuis Overdal.
Dit beeld staat in scherp contrast met de kleinschalige en dorpse bebouwing langs de Weverstraat. De Utrechtseweg daarentegen heeft van oudsher een statiger karakter. De grote villa’s en landgoederen aan deze weg dragen bij aan de identiteit van Oosterbeek. De karakteristieken van de overige woonbuurten worden voornamelijk bepaald door het verschil in kavel- en woninggroottes. De grotere gebouwen zijn in de minderheid en komen voor in de vorm van woonflats, bedrijven en scholen. De meeste van de voormalige landhuizen en landgoederen zijn sinds lang in gebruik als kantoor.
De oost- en noordzijde van Oosterbeek zijn scherp begrensd. Aan de overige zijden dringen groenlobben het dorp binnen. Hierin liggen onder andere de sportparken Bilderberg en Hartenstein en enkele grootschalige verzorgingshuizen. In de opbouw en beleving van het dorp spelen de (resten van) oude landgoederen een belangrijke rol. In het noordelijk deel zijn dit
Dennenkamp, Dreijen en Ommershof (Felixoord). In het zuidelijke deel zijn dit Bato’s wijk, Hartenstein, Pietersberg en Hemelse Berg.