Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.3

Welstandsregimes

Onderdeel van Welstandsnota 2013

Het vaststellen van het welstandsregime is cruciaal voor de uitwerking in de feitelijke aldaar toe te passen welstandscriteria. Deze systematiek zorgt voor de aansluiting met het te hanteren ruimtelijk kwaliteitsbeleid en de gewenste ontwikkelingen. Er is een onderscheid gemaakt in drie welstandsregimes, waarbij de ‘zwaarte’ van ieder regime afhankelijk is van de mate van kwetsbaarheid of juist soliditeit van het gebied voor ruimtelijke ingrepen. Met andere woorden: welk effect kunnen bouwplannen hebben op de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Daarbij is duidelijk dat het ene gebied kwetsbaarder is voor ruimtelijke ingrepen dan het andere gebied. Hierbij dient direct opgemerkt te worden, dat er geen sprake is van een indeling in drie regimes, die totaal van elkaar verschillen. Veeleer is er sprake van een glijdende schaal, waarbij het toetsingskader in het ene regime net even iets zwaarder is dan in het andere regime. Het is dus ook niet zo, dat er bij het strenge regime automatisch meer welstandscriteria opgesomd worden dan bij het standaard welstandsregime. Wel is het zo, dat er bij het strenge regime scherper gelet wordt op een aantal factoren die van belang zijn voor het specifieke gebied. In grote lijnen kunnen de gebiedskenmerken, die resulteren in de keuze voor één van de drie regimes, als volgt worden omschreven: a.. Gebieden met een soepel welstandsregime Dit zijn gebieden die beperkte afwijkingen van de bestaande ruimtelijke structuur en/of ingrepen in de architectuur van de gebouwen zonder veel problemen kunnen verdragen. In deze gebieden is de bebouwingstypologie vaak zeer divers, waardoor er weinig eisen te stellen zijn. b.. Gebieden met een standaard welstandsregime Onder het standaardregime vallen gebieden waar het handhaven van de basiskwaliteit het belangrijkste doel is, voor zover deze gebieden niet grenzen aan belangrijke wegen of openbare ruimtes. c.. Gebieden met een streng welstandsregime In deze gebieden is het welstandstoezicht gericht op het voorkomen van aantasting van de ruimtelijke karakteristiek en op het versterken van de bestaande kwaliteit. Het betreft gebieden met cultuurhistorische, architectonische, landschappelijke en/of stedenbouwkundige waarden. Ook gebieden die van cruciaal belang zijn voor het aanzicht van de gemeente zijn bijzonder welstandsgevoelig. Daarnaast zijn de deelgebieden in het buitengebied, die als gevoelig aangemerkt kunnen worden, ook voorzien van een dergelijk welstandsregime. Voor ieder welstandsregime is in tabel 3.1 aangegeven welke beoordelingsaspecten een rol spelen. In gebieden met een soepel welstandsregime vindt een lichte welstandstoets plaats aan de hand van criteria die in eerste instantie gericht zijn op de relatie van het bouwwerk met zijn omgeving. In gebieden met een standaard welstandsregime wordt minimaal getoetst aan criteria gericht op de relatie met de omgeving, de aard van de bouwmassa en ten aanzien van materialen en kleuren. In gebieden met een streng welstandsregime wordt bovendien nog getoetst aan criteria ten aanzien van de detaillering. Tabel 3.1 Welstandsregimes

Rechtspraak bij dit artikel