Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.4

Landschapswaarden en welstandsbeleid: extra beschermde zones

Onderdeel van Welstandsnota 2013

In de gemeente Renkum heeft het landschap op veel plekken een hoge kwaliteit. Niet alleen de verschillende landschapstypen (stuwwal, beekdal, uiterwaarden en landbouwenclave) zijn waardevol, ook de zichtbare overgangen van het ene naar het andere type zijn uniek. Deze overgangen zijn vaak duidelijk zichtbaar in het reliëf, dus waar hoogteverschillen voorkomen. Meestal bevindt zich daar weinig bebouwing, maar soms komt op dergelijke overgangen wel bebouwing voor. De kwetsbaarheid van deze open gebieden voor het fenomeen van ‘verrommeling’ langs de randen is groot, zeker als van grote afstand zichtbaar is. Voor het welstandsbeleid van de gemeente Renkum zijn de volgende overgangen gedefinieerd als zones die een speciale behandeling vragen. De overgangsgebieden met bebouwing waar sprake is van kwetsbaarheid van het open gebied zijn als volgt: •. Bij Renkum grenst de bebouwing aan het Renkums beekdal doorlopend tot aan de Waterweg. •. In Heelsum grenst de bebouwing aan het Heelsums beekdal. •. Tussen de mondingen van het Renkums en Heelsums beekdal ligt in het uiterwaardengebied de rioolwaterzuiveringsinstallatie en het industrieterrein van Parenco. •. In Heveadorp ligt bebouwing op de helling van het dal van de Seelbeek, dat diep is uitgesleten in de stuwwal. •. In Oosterbeek grenst bebouwing aan het Zweiersdal en de Zuiderbeek. Dat is ook het geval bij het voormalige landgoed en landschapspark Bato’s wijk. •. Langs de zuidkant van de Benedendorpsweg te Oosterbeek begrenzen de gebouwen de stuwwalrand langs de uiterwaard. •. In het oosten van Oosterbeek grenst bebouwing aan de landerijen van Mariëndaal, aan weerszijden van de Utrechtseweg. In deze gevallen ligt de bebouwing meestal met één zijde in of aan een groene rand of een knik in het landschap. Niet alleen de vormgeving van de voor- of straatzijde van de bebouwing heeft gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit. Ook de zijde die gericht is naar het meestal open en goed zichtbare deel van het landschap is daarbij van belang en werkt aldus door in de kwaliteit en belevingswaarde van het landschap. Achtergevels van bouwwerken op percelen gelegen aan deze, op de kaart in figuur 3.1 gemarkeerde overgangslijnen, worden bij het welstandsadvies daarom beoordeeld op het toetsniveau van de voorzijde. Voorts is het beleid voor wat betreft het afzien van preventief welstandstoezicht niet van toepassing voor deze percelen.

Rechtspraak bij dit artikel