1. Urnennissen worden uitgegeven voor de tijd van 5, 10, 20 of 30 jaar en zijn bestemd voor de bijzetting van ten hoogste twee asbussen of urnen.

2. De rechthebbende geeft bij de aanvraag voor de gebruiksrechten van een urnennis tevens opdracht voor het verstrooien van de as na afloop van de overeengekomen termijn, tenzij hij tijdig voor het einde van de termijn een andere bestemming van de as kenbaar maakt.

3. Onder urnennissen worden in dit artikel ook verstaan; urnenbijzetplaatsen, urnenkeldertjes en urnenelementen.