Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2

Artikel 2.2.2

Romeinse tijd

Onderdeel van Beleidsnota Archeologie Gemeente Brunssum

De regio komt pas echt tot bloei in de Romeinse tijd. In het gebied zijn dan ook veel restanten uit de periode van de Romeinse tijd (van circa 75 tot 500 na Christus) teruggevonden. Het grote aantal objecten en de diversiteit aan overblijfselen uit deze tijd is uniek voor Nederland. Het toeristisch promoten van de parels uit de Romeinse tijd gebeurt niet alleen in samenspraak met de convenantpartners van de Via Belgica (provincie Limburg, 2005), maar ook op eigen initiatief (Ellenkamp, 2015). Parels uit deze periode zijn o.a.: Via Belgica en Via Traiana (romeins wegennet, o.a. de grotere heerwegen zoals de Heer- weg van Boulogne-sur-Mer naar Keulen en de Heerweg van Xanten naar Trier, maar ook de kleinere wegen zoals de weg bij Merkelbeek, Rolduc, Etzenrade, etc. . Het wegennet wordt momenteel beleefbaar gemaakt door middel van herbouw en reconstructie, kijkvensters, landschappelijke visualisaties en informatieborden (zie kader: De Via Belgica wordt weer zichtbaar en beleefbaar). Een zeer groot aantal villaterreinen: tot nu toe zijn zo’n 60 Romeinse villacomplexen van de zuidlimburgse lössgronden bekend. Bekend zijn o.a. de Villa Ten Hove ( Voerendaal), Villa Holzkuil (Kerkrade), Villa Steenland (Nuth) en Villa Vlengendaal (Simpelveld). Villa Krichelberg te Kaalheide (Kerkrade) is de enige bovengronds zichtbare Romeinse villa in Nederland. Nederzettingsresten, zoals de vicus Rimburg in Landgraaf (Romeins straatdorp bij een brug), de zogenaamde non-villanederzetting nabij Trilandis in Heerlen (inheemse Romeinse boerennederzetting) en de romeinse vicus Coriovallum. Corriovallum lag onder het huidige Heerlen, op een kruispunt van twee belangrijke wegen. De legerplaats groeide mettertijd uit tot een belangrijk regionaal centrum. In het Romeinse kwartier van Heerlen komen een groot aantal Romeinse vindplaatsen samen, waaronder een Thermencomplex, resten van de 3e eeuwse versterking (castellum), pottenbakkersovens, e.d. Het Romeinse kwartier van Heerlen betreft een IBA project (paragraaf 3.6). Het project richt zich niet alleen op Heerlen maar op de gehele regio. Het Thermenmuseum (en de directe omgeving) wordt een plek waar het verhaal van Romeins Zuid-Limburg verteld wordt waar door- verwezen wordt naar andere locaties langs de Via Belgica. Hierdoor ontstaat een aanbod dat meer bezoekers naar Heerlen én de regio zal trekken. Een groot aantal monumentale graven. Grafvelden zijn zeldzaam en duidelijk kleiner dan in bijvoorbeeld Noord-Brabant. Opvallend zijn echter het grote aantal monumentale graven en rijke graven, zoals een Romeins graf, waarin een rijke vrouw begraven lag (Landgraaf), een Tumulusgraf, waarin een askist aangetroffen is (de ‘Askist van Bocholtz), vier askisten met bijzondere prachtige voorwerpen van goud, barnsteen en glas (Voskuilenweg in Heerlen) en een sarcofaag met de asresten van een vrouw (de dame van Simpelveld). Grafmonumenten stonden doorgaans in de buurt van het woonhuis van de overledene en bij voorkeur langs een (hoofd)weg. Ook in de gemeente Brunssum zelf werden in 1966 op het Brunssummerveld ter plaatse van het voormalige industrieterrein ‘Kling-Rode Beek’, meerdere Romeinse graven ontdekt, Daarnaast zijn in het kader van de aanleg Buitenring Parkstad Limburg in 2009 (proefsleuven) en 2013 (opgraving) nog twee crematiegraven aangetroffen (zie kader). Overzicht Romeinse vondsten in Heerlen/Parkstad. Romeinse wachttorens, zoals de mogelijke wachttoren bij de kerk van Klimmen. Romeinse mijlpalen, zoals de twee delen van mijlpalen die bij de restauratie van de kerk van Eygelshoven(gemeente Kerkrade) in 1939 in de kerktorenmuur zijn teruggevonden (nu te bewonderen in het Thermenmuseum in Heerlen). Van één van de mijlpalen zit het onderste vierkante deel nog in het fundament van de kerk. Nog vaag is een inscriptie te herkennen. In de romeinse tijd en ook daarna was het gebruikelijk om grote stenen te recyclen. Zo zijn de Romeinse mijlpalen in de kerktorenmuur beland. Ook in de Broekhuizenstraat 53 in Landgraaf is nog een dergelijke mijlpaal aanwezig. De kans dat deze mijlpaal op zijn oorspronkelijke plek gevonden is, is eveneens klein (o.a. www.viabelgicadigitalis.nl). Romeinse graven op het Brunsummerveld Bij de aanleg van een industrieterrein op het Brunssummerveld, op een rug tussen de Merkelbeker Beek en de Brunssummer Dorpsbeek, werd in 1966 een Romeins graf uit het midden van de 3e eeuw ontdekt. Het graf bestond uit een askist, waarin de verbrande resten van waarschijnlijk een vrouw waren gedeponeerd. De bijgiften bestonden uit minstens 27 voorwerpen, waaronder aardewerk, glas, een benen handvat van een spiegel, een stukje goudbeslag, barnstenen schijven en twaalf bronzen schijfjes, die waarschijnlijk als schellen dienst hebben gedaan om muziek te maken. Enkele dagen later werd op 50 meter afstand een 2e-eeuws crematiegraf gevonden, dat onder andere enkele Romeinse munten bevatte (Stoepker, 2011). Bij de aanleg van de Buitenring Parkstad Limburg is in 2009, op een naar het noordwes- ten georiënteerde afbraakwand nabij het beekdal van de Merkelbeker Beek een crematiegraf gevonden uit de Midden Romeinse periode (Spanjer & Vanderhoeven, 2012). Het graf bevat drie secundaire, onverbrande bijgiften: een kruik, een bord en een beker. Op basis van het aardewerk kan het graf gedateerd worden in de eerste helft van de 2e eeuw na Chr. Naast deze secundaire bijgiften zijn er ook primaire bijgiften gevonden die aan de dode op de brandstapel zijn meegegeven. Het gaat om de persoonlijke opsmuk van de dode, zoals een tinnen armband, een bronzen haarspeld, brokjes glas van mogelijk een zalf- of parfumflesje en schoenspijkertjes. In het graf is slechts 40 gram botmateriaal verzameld. Uit crematieonderzoek blijkt dat er twee individuen in het graf aanwezig zijn, waar- onder een kind van 3 tot 6 jaar oud. Op basis van de grafinhoud kan gesteld worden dat minstens één van de individuen vrouwelijk is geweest. Naast het graf zijn ook nog twee brandkuilen aangetroffen die vermoedelijk samenhangen met het begrafenisritueel. De opgraving in het tracédeel T5 (vindplaats 10) heeft nog slechts één bijkomend crematiegraf opgeleverd. Voor de rest zijn er geen archeologische sporen aangetroffen. Het graf heeft eveneens een bord, een beker en een kruik als secundaire bijgift opgeleverd. Primaire bijgiften zijn hier niet aanwezig. Alleen zijn verschillende spijkerfragmenten aangetroffen die wellicht afkomstig zijn van de lijkbaar waarop de dode was opgebaard. Op basis van het fysisch antropologisch onderzoek behoort het graf aan een vrouw tussen de 20 tot 30 jaar oud. Vanwege het voorkomen van de kruik van het type Hofheim 51 kan het graf gedateerd worden aan het eind van de 1e eeuw na Chr. De volledige grafinhoud en de inhoud van de recipiënten zijn onderzocht om na te gaan of er voedselresten aanwezig zijn. In de kruik zijn klompjes verkoold, bewerkt plantaardig voedsel aangetroffen, maar de SEM-analyse hiervan heeft helaas niets opgeleverd. De ligging van de graven nabij de Merkelbeker Beek is geen onbekend verschijnsel. Graven zijn dikwijls langs depressies of in de nabijheid van beekdalen gelokaliseerd. Daarbij liggen ze doorgaans ook in de nabijheid van een hoofdweg of binnen een straal van circa 250 m van de nederzetting. Het is echter niet bekend tot welke nederzetting de graven behoren. Circa 300 m ten noordwesten van de graven liggen resten van een (inheemse) nederzetting uit de Romeinse tijd. Deze situeren zich op de zuidoostflank van de Merkelbeker Beek. Op deze manier keken de bewoners uit op de graven van hun dier- baren. De graven kunnen echter ook nog tot een nog niet ontdekte nederzetting horen. Dit zal toekomstig onderzoek moeten uitwijzen (Hensen, 2015b). Romeins crematiegraf met bijgiften, aangetroffen bij de opgraving Buitenring Parkstad Limburg, vind plaats 10. Onder de grafinventaris na schoonmaak (© RAAP, Hensen, 2015b). De Via Belgica wordt weer beleefbaar en zichtbaar Schematische weergave van het wegennet in de Romeinse tijd (Rogge & Sas, 2006); legenda: bruin = Via Belgica. De naam Via Belgica’ is de door archeologen bedachte naam van een 400 kilometer lange Romeinse hoofdweg, die in de Romeinse tijd de Franse zeekust met het Duitse Rijnland verbond. De weg liep - ten opzichte van de huidige landsgrenzen - dwars door België, Zuid-Limburg en het Duitse Rijnland. De Via Belgica komt bij Maastricht Nederland binnen en vervolgt zijn weg langs Meerssen, Valkenburg, Voerendaal, Heerlen en Landgraaf, om tenslotte bij Rimburg de Worm over te steken naar Duitsland. De weg was een belangrijk onderdeel van een groot en complex netwerk van wegen, dat zich uitstrekte tot de verste uithoeken van het Romeinse imperium. Inmiddels ligt de Via Belgica al vele eeuwen lang verstopt onder de grond, maar dat gaat veranderen! De Via Belgica wordt weer beleefbaar en zichtbaar gemaakt. Dat is het ambitieuze plan dat de provincie Limburg en zeven gemeenten die langs de weg liggen (Maastricht, Meerssen, Valkenburg, Voerendaal, Heer- len, Landgraaf en Simpelveld) en andere convenantpartners (o.a. Parkstad Limburg en Thermenmuseum Heerlen) ter hand hebben genomen. In 2005 heeft de provincie Limburg de visie ‘Via Belgica; Verleden op weg naar de toekomst’ laten ontwikkelen. Daarin wordt uiteengezet hoe de Via Belgica en het Romeinse culturele erfgoed van Zuid-Limburg kunnen worden ingezet voor toekomstige ontwikkelingen, bijvoorbeeld op het gebied van erfgoededucatie, toerisme, ruimtelijke ordening en/of landschapsontwikkeling. Het Via Belgica-project is echter niet alleen een project van de overheid. Ook anderen (instellingen, bedrijfsleven en particulieren) worden van harte uitgenodigd om mee te denken over en te werken aan de realisatie van het project (www.viabelgica.nl). De Via Belgica is via een website en een gratis app digitaal te beleven (www.viabelgicadigitalis.nl). Grafinventaris uit de askist van Brunssum, ontdekt in 1966.

Rechtspraak bij dit artikel