Vanwege de vruchtbare löss was het gebied in de Middeleeuwen en Nieuwe tijd goed ontwikkeld. Het was een plek voor heerlijkheden en buitenplaatsen van adel, maar ook voor de boerenhoeven van het gewone volk. De bestaande en verdwenen kastelen, kerken, abdijen, molens, boeren- erven en zelfs hele dorpskernen uit deze perioden kunnen ondergrondse archeologische resten herbergen. De bewoningsplekken worden vaak al vele eeuwen gebruikt. Gebouwen zijn verrezen, gesloopt en verbouwd, waarbij ondergrondse restanten vaak als getuige van vroegere bouwfasen bewaard zijn gebleven. In sommige gevallen is ook de huidige bebouwing zo oud, dat de gebouwen en omliggende erven naast een bouwhistorische ook een archeologische waarde hebben.
De parels uit deze tijd liggen verspreid over het gebied. Het betreft onder andere:
Mottes: Een motte of kasteelheuvel is een kunstmatig opgeworpen heuvel omgeven door een gracht waarop een versterkte wacht-, verdedigings- of uitzichttoren stond. Het betreft veelal voorlopers van kastelen. In Heerlen is o.a. een motte bekend (motte ten Eschen), in Onderbanken (motte Vossenberg, motte Roer en motte Etzenrade) en in Voerendaal (abschnittsmotte Struven, motte Dammerscheid).
Kastelen en versterkingen: In het gebied is een opvallend groot aantal kastelen en versterkingen aanwezig. Bekend zijn onder andere kasteel Schaesberg en Strijthagen (Land- graaf), kasteel Hoensbroek (Heerlen), Huis Oelbroek (Nuth), Rivieren (Voerendaal) en
Voormalig Landsfort Herle, een grote middeleeuwse versterking (Heerlen).
In Brunssum zelf zijn de kastelen Vossenleen, Cluttenleen (ook wel Rozengaard, Rozengoed of Rosgoed genoemd) en Genhoes bekende namen. In 1622 werd op enkele honder- den meters van het eeuwenoude houten kasteel “Vossenleen” een nieuwe omgracht kasteel, Genhoes (of Op Gen Hoes) genaamd, gebouwd waarna ook een hoeve met schuur werd bijgebouwd. Toen dit kasteel in gebruik werd genomen, zijn de kastelen Vossenleen en Cluttenleem gesloopt. De grachten rond het kasteel en een deel van de kasteelhoeve zijn inmiddels verdwenen. Wel resteert nog een vleugel van het oorspronkelijke kasteel- complex. Het werd vanaf 2002 grotendeels gerestaureerd en maakt nu deel uit van een nieuwbouwcomplex (www.rijckheyt.nl/).
Een deel van de historische kernen gaat tot de Middeleeuwen tijd terug, zoals het middeleeuwse Adam van Nuttahof (historische centrum van Nuth), de historische kern van Kerkrade met de resten van een gracht (in 2014 ontdekt in het centrum van Kerkrade), de historische kern van Voerendaal die recentelijk in ruimere context is onderzocht, de historische kern van Waubach en het Landsfort Herle.
Graven: Bij Villa Voerendaal zijn niet allen resten uit de Romeinse tijd opgegraven, maar ook resten uit de periode die direct daarop volgt, de Vroege Middeleeuwen. Tijdens de opgravingen van het villaterrein werden tevens ‘als bijvangst’ de resten aangetroffen van een 7-tal graven uit de Vroege Middeleeuwen (Merovingische periode) tot de 7e eeuw.
Middeleeuwese kerken en kloosters, zoals de vroegere abdij Kloosterrade Rolduc (Kerk- rade), de Pancratiuskerk in Herlen en het ‘Kleine kerkje’ in Eyghelshoven.
In de gemeente Brunssum zijn ook twee Middeleeuwse kerken aanwezig namelijk het Clemenskerkje in Merkelbeek en de inmiddels gesloopte St. Gregoriuskerk (Unitas) in Brunssum (zie kader).
In Parkstad zijn veel historische hoeven aanwezig. Een aantal mooie voorbeelden betreft hoeve Wissegracht (gemeente Nuth), hoeve Laathof (Eygelshoven, Kerkrade), de hoeven Kaardenbeek en Bokhof (gemeente Voerendaal), 17e eeuwse hoeven aan de Bulkemstraat (gemeente Simpelveld), Hoeve de Geleenhof (Heerlen) en de verdwenen hoeve Roer (gemeente Onderbanken).
Aan de Merkelbekerbeek in de gemeente Brunssum ligt de van oorsprong middeleeuwse Onderste Hof, een hoeve in het gehucht Kling waarvan de eerste vermelding uit 1381 dateert. De boerderij is als rijksmonument beschermd. Ook de middeleeuwse Bovenste Hof, verder stroomopwaarts gelegen en in hetzelfde jaar voor het eerst vermeld, heeft die status.
Ook watermolens zijn in Parkstad goed vertegenwoordigd, zoals de Strijthagermolen (gemeente Landgraaf), de Baalsbruggermolen (gemeente Kerkrade), de watermolens bij de Caumerbeek in het Aambos (gemeente Heerlen) en de Broek- of Brugmolen bij kasteel Erenstein (gemeente Kerkrade).
Resten van de Middeleeuwse pottenbakkersindustrie: Het waren al de Romeinen die ontdekten dat de klei van de Roode beek (Brunssum, Onderbanken/Schinveld) voor industriële doeleinden geschikt was. Er ontstond een keramische industrie, die tot na de Middel- eeuwen is blijven bestaan (zie paragraaf 2.2.4).
De Middeleeuwse handelsweg – ‘de wijngracht’ genaamd - betreft een grote handelsweg die Keulen en Maastricht met elkaar verbond. In de plaatselijke straatnaamgeving zijn sporen hiervan nog terug te vinden (de ‘Wijngracht’). Wijn was de voornaamste handelswaar die vanuit Keulen over de weg werd vervoerd. Ter plaatse moest de weg over een steile helling naar beneden; deze was gedeeltelijk uitgespoeld, zodat de weg als het ware via een ‘gracht’ omlaag liep.
Landgraaf of landweer ‘Boebegraaf’ op de Brunsummerheide (lijnelement Beekdaelen- Brunssum-Heerlen-Landgraaf): een lijnvormige aarden grenswal en of diepe sloot met vaak een doornenhaag. Deze diende ter bescherming van een streek tegen vijandige invloeden van buiten. De 15e eeuwse landgraaf op de Brunssummerheide is nog over een lengte van circa 1 kilometer intact en bestaat uit twee wallen met een spitsgracht ertussen. Het deel van de landgraaf in Brunssum (Schutterspark) heeft de status van rijksmonument gekregen in 2016 en is een speerpunt van de Archeoroute Limburg.
Kasteel Genhoes in Brunssum (Wikimedia Commons)
Onderste Hof in Brunssum (Wikimedia Commons).
Opgravingen van kasteel Cluttenleen met rechts de restantenvan de houten brug.
Boven: Opgraving Gregoriuskerk (Unitaskerk) Brunssum
Onder: Archeologische opgravingen van graven bij de Gregoriuskerk in Brunssum. Inzet: Christuskopje van Walrusivoor.
Twee parels uitgelicht: Het Middeleeuwse Clemenskerkje en de Gregoriuskerk
De oudste vermelding van de zelfstandige parochie Merkelbeek dateert uit 1234, waar- bij de Clemenskerk, hoewel een rechtstreekse historische bron hiervoor ontbreekt, heel waarschijnlijk als kerkgebouw van de parochie fungeert. De Sint-Clemenskerk is vermoedelijk oorspronkelijk een zaalkerk. In de huidige gedaante bestaat de kerk uit een middenschip, met in het westen een toren, en in het oosten een polygonaal koor. Aan de oostkant is tegen dit koor een vierhoekige uitbreiding aangebouwd, die dienst deed als sacristie.
Deze huidige vorm is het resultaat van vele eeuwen van verbouwingen en uitbreidingen. De afgelopen jaren is de Clemenskerk grondig gerenoveerd. Voorafgaand aan de renovatie is in 2013 een archeologisch en een bouwhistorisch onderzoek uitgevoerd op het kerkterrein. Tijdens het onderzoek zijn interessante ontdekkingen gedaan over de geschiedenis van de kerk.
De oorsprong van deze kerk is niet volledig duidelijk. Sommige bronnen vermelden een ontstaan uit de 8e-9e eeuw terwijl een opgraving uit de jaren 70 van de vorige eeuw een ontstaan in de 10e eeuw plaatst. Een goede onderbouwing voor beide dateringen ontbreekt echter. De vroegste steenbouwfase van de Gregoriuskerk uit Brunssum doet qua afmeting, gebruikt bouwmateriaal (kalksteen, Romeins dakpanmateriaal) denken aan de Sint-Clemenskerk. Echter, deze vroegste steenbouwfase is niet eerder te dateren dan in de tweede helft van de 12e eeuw. Mogelijk dat de oudste resten van de Clemenskerk ook in deze periode te plaatsen zijn. Uit de periode van de 14e tot en met de 16e eeuw is histo- risch gezien niks bekend over de ontwikkeling van het kerkgebouw. In de daaropvolgende eeuwen zijn wel verschillende verslagen gemaakt over onderhoudswerken en/of herstellingen aan de Clemenskerk, zoals het verplaatsen van het altaar van de zijbeuk naar het middenschip in 1721 en de bouw van een nieuwe toren omstreeks 1746. In 1879 vervalt de functie van parochiekerk en wordt het gebouw omgevormd tot kloosterkapel. In 1882 wordt het klooster door de Liefdezusters van Het Kostbaar Bloed uitgebreid. Het nieuwe, grotere klooster omvat de voormalige pastorie met ten noordwesten daarvan een nieuwe aanbouw.
Ter ere van Maria wordt een Lourdesgrot opgericht naast de kerk op het terrein van het voormalige kerkhof. De Lourdesgrot wordt in 1887 in gebruik genomen. In 1892 wonen in het klooster Benedictijnen waarbij opnieuw uitbreiding van het klooster plaatsvindt, waaronder de bouw van een geheel nieuwe kloosterkerk in 1899. In 1904 krijgt het ‘oude kerk- hof’ met de Lourdesgrot een ommuring. In 1923 verdwijnen de Benedictijnen en wordt het klooster bewoond door Karmelieten, met opnieuw een aanbouw en de bouw van een muur in 1948 tot gevolg. Begin 1968 wordt het klooster verkocht en worden de gebouwen ingericht als bejaardentehuis; Huize Tieder. De kloosterkerk wordt gesloten en de Clemenskerk (de oude parochiekerk) wordt in gebruik genomen als huiskapel van het bejaardente- huis. De Kloosterkerk raakt steeds meer in verval en in 1975 wordt deze gesloopt. Na twee branden in 2008 en 2009 is ook de rest van het klooster in 2009 gesloopt waardoor de Clemenskerk weer geheel vrij is komen te staan (Smeets, 2015; Kimenai, 2016 en Van der Laan, 2019). Door inspanningen van vrijwilligers wordt de kerk en de Lourdesgrot onderhouden en vinden hier regelmatig activiteiten plaats. Het Clemenskerkje vormt samen met het kerkhof en de Lourdesgrot een rijksmonument.
Archeologische opgravingen in het Clemenskerkje in Merkelbeek
De middeleeuwse Gregoriuskerk, waarvan de laatste resten gesloopt zijn in 1840, is in 1995 opgegraven. De oudste steenbouwfase dateert uit omstreeks 1175 en bestaat uit een zaalkerk, zoals die in de regio veelal bekend zijn. Mogelijk is deze vroegste steenbouwfase voorafgegaan door een kleine houten zaalkerk. In de funderingsresten van de muur is Romeins dakpanpuin verwerkt (Stoepker, 2011a). Bij de opgraving zijn funderingen aangetroffen van acht steenbouwfasen. In en om het kerkgebouw bevinden zich diverse begravingen, waarvan sommige skeletten goed geconserveerd zijn. De oudste begravingen zijn in de 1e helft van de 12e eeuw te plaatsen. Een bijzondere vondst uit grafgrond is een klein Christuskopje van Walrusivoor, dat waarschijnlijk onderdeel is geweest van een borstkruisje. Een 12e of 13e eeuwse datering is het meest waarschijnlijk. Bijzonder aan de kerk is dat deze gebouwd is binnen een bestaande, omstreeks 1100 gestichte, nederzetting. Onder de eerste stenen kerk zijn kuilen, paalgaten en een oven aangetroffen en daar- naast een groot aantal vondsten (o.a. maalsteen, aardewerk). De locatie is als speerpunt opgenomen in de Archeoroute Limburg.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2
Artikel 2.2.3
Middeleeuwen en Nieuwe tijd
Onderdeel van Beleidsnota Archeologie Gemeente Brunssum