Het archeologisch onderzoekstraject: de AMZ-fasering
Het proces van archeologisch onderzoek is opgebouwd uit verschillende stappen en wordt aangeduid als de fasering van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ-fasering; bijlage 5). De verschillende onderzoeksmodules die hierin onderscheiden worden, verlopen qua zwaarte van onder- zoek van licht naar zwaar. Deze opzet is gekozen om na het uitvoeren van elke onderzoeksmodule te kunnen beslissen of aanvullend onderzoek noodzakelijk is of dat er genoeg gegevens zijn verzameld om tot een goed onderbouwde beslissing te komen. Vaststellen wanneer er voldoende onder- zoek heeft plaatsgevonden, is afhankelijk van de aard en omvang van de geplande ingrepen en de aard van de aanwezige waarden. Soms kan een globale indruk van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden al voldoende zijn. In andere gevallen echter zal wel heel nauwkeurig de aard, omvang, datering en diepteligging van archeologische waarden moeten worden vastgesteld. Bij een keuze tussen deze twee uitersten spelen ook tijd en geld een belangrijke rol.
De AMZ-fasering als ambtelijk besluitvormingstraject
De AMZ-fasering is behalve een archeologisch onderzoekstraject, ook een ambtelijk besluitvormingstraject. Het is de taak van de gemeente om dit traject op te starten, te bewaken en op consequente wijze in te passen in de projecten die in de gemeente plaatsvinden. Voor de gemeente zijn de volgende 3 beslisstappen te onderscheiden:
Stap 1: afweging archeologisch onderzoek noodzakelijk of niet?
Stap 2: beslissing over vervolgonderzoek na iedere fase van onderzoek
Stap 3: het selectiebesluit
Afweging archeologisch onderzoek noodzakelijk of niet?
Bij ruimtelijke ontwikkelingen, waarbij de bodem wordt geroerd, komt ook het aspect archeologie om de hoek kijken. De gemeente bekijkt in dat geval - aan de hand van de archeologische verwachtingse en beleidskaart en/of bestemmingsplankaart - of archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn of worden verwacht. Zo ja, dan wordt vervolgens bekeken of de plannen eventueel kunnen worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Wanneer de ontwikkelingen de ondergrenzen niet overschrijden (zie § 3.3), is er vanuit archeologisch oogpunt geen bezwaar om de vergunning te verlenen of de bestemming van de gronden te wijzigen. Er hoeft derhalve geen archeologisch onderzoek plaats te vinden. Wanneer de ondergrenzen wel worden overschreden, dienen de plannen te worden aangepast of zal de initiatiefnemer een archeologisch onderzoek moeten laten uitvoeren. Dit laatste betekent dat de AMZ-fasering wordt opgestart.
De coördinatie van het AMZ-proces binnen de gemeente Brunssum is bij een ambtenaar neergelegd, die archeologie in zijn portefeuille heeft. Dit hoeft geen archeoloog te zijn. Hij/zij kan de beoordeling van de onderzoeksverplichting met behulp van tabel 3 zelfstandig uitvoeren. Bij twijfelgevallen en voor volgende processtappen is advies van de regioarcheoloog nodig.
Beslissing over vervolgonderzoek na iedere fase in de AMZ-fasering
Het archeologisch onderzoek dient vervolgens te worden uitgevoerd door een deskundig onderzoeksbureau. De gemeente dient na iedere fase in de AMZ-fasering een beslissing over het vervolgtraject te nemen. Is vervolgonderzoek al dan niet noodzakelijk? De rapportages worden inhoudelijk door de regio-archeoloog beoordeeld. Op grond van diens advies kan de gemeente een gemotiveerde beslissing nemen.
Het selectiebesluit
Het uiteindelijke doel van het archeologisch onderzoek is vaststellen of er daadwerkelijk sprake is van archeologische resten in het gebied en zo ja, wat de waarde hiervan is. Op basis van de waardering door de onderzoekers wordt een selectieadvies uitgebracht: beschermen, opgraven, vrijgeven of een archeologische begeleiding van de werkzaamheden. Hierbij streeft de gemeente Brunssum altijd zoveel mogelijk naar behoud van archeologische waarden in situ.
Een uiteindelijke beslissing over de omgang met een vindplaats is een gemotiveerd besluit van de bevoegde overheid (B&W). Het betreft het zogenaamde selectiebesluit.
Na het doorlopen van het boven beschreven proces zijn er in principe 4 opties:
de werkzaamheden kunnen zonder voorwaarden plaatsvinden;
de werkzaamheden kunnen plaatsvinden, met inachtneming van de voorwaarden voor aanvullende maatregelen (bijvoorbeeld aanpassing van de plannen);
de werkzaamheden kunnen plaatsvinden onder de voorwaarde dat archeologisch vervolgonderzoek (archeologische opgraving of archeologische begeleiding) plaatsvindt;
de werkzaamheden worden niet geaccepteerd, hetgeen meestal tot bescherming leidt.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.5
Artikel 3.5.1
Begeleiden van het archeologisch onderzoekstraject
Onderdeel van Beleidsnota Archeologie Gemeente Brunssum