De bodemkwaliteitskaart is opgesteld conform de Richtlijn voor het opstellen van bodemkwaliteitskaarten4 en de eisen uit bijlage M van de Regeling Bodemkwaliteit. In deze richtlijn worden acht stappen onderscheiden:

1. Opstellen programma van eisen

2. Vaststellen onderscheidende kenmerken

3. Gegevensverzameling en gegevensbewerking

4. Indelen beheergebied in deelgebieden

5. Controle indeling van het beheergebied

6. Verzamelen aanvullende informatie

7. Vaststellen bodemkwaliteitszones

8. Opstellen ontgravings- en toepassingskaart (generiek of gebiedsspecifiek). De beleidsregels voor PFAS worden in een separate notitie opgenomen

Aangezien PFAS een andere verspreidingswijze kent dan de parameters uit het reguliere analysepakket, zijn enkele stappen anders uitgevoerd. Dit is waar nodig per stap toegelicht.

In stap 1 zijn de beleidsmatige en technisch inhoudelijke keuzes gemaakt. Deze vormen het kader waarbinnen de bodemkwaliteitskaart tot stand komt. In het kader van PFAS wordt het THK van 28 november 2019 beschouwd als het programma van eisen naast de eisen uit de wet- en regelgeving. Zie paragraaf 2.2 en 2.3 voor verdere uitwerking.

In stap 2 dient te worden vastgesteld welke kenmerken binnen het beheergebied naar verwachting een belangrijke rol spelen bij het definiëren van deelgebieden. Er is gekozen om de indeling van de huidige bodemkwaliteitskaart aan te houden voor de deelgebieden. Verder zijn niet gezoneerde gebieden uit de bodemkwaliteitskaart van 2018 gebieden toegevoegd. Zie hoofdstuk 3 voor de uitwerking. Er zijn geen aanvullende kenmerken vastgesteld die van invloed zijn op het definiëren van deelgebieden. Verder is bepaald welke soort locaties uitgesloten dienen te worden van de bodemkwaliteitskaart (puntbronnen). Hiervoor is een vooronderzoek conform NEN5725 aanleiding E uitgevoerd voor PFAS. Zie hoofdstuk 3 voor de uitwerking.

4 Richtlijn voor het opstellen van bodemkwaliteitskaarten. VROM, d.d. 3 september 2007 met wijzigingsblad van 1 januari 2019

In stap 3 dient de informatie, die van het beheergebied beschikbaar is, verzameld te worden en geschikt gemaakt voor verwerking tot een bodemkwaliteitskaart. Aangezien PFAS in de bodem pas vrij recent onder de aandacht gekomen is, is er geen uitgebreide dataset zoals bij reguliere stoffen. Voor het opstellen van de bodemkwaliteitskaart is daarom in deze stap bodemonderzoek uitgevoerd om te komen tot de benodigde informatie om deelgebieden vast te kunnen stellen (zie hoofdstuk 3).

In stap 4 dient het beheergebied ingedeeld te worden in deelgebieden. Er is, op aangeven van de opdrachtgever, gekozen om in eerste instantie de indeling van de huidige bodemkwaliteitskaart aan te houden voor de deelgebieden omdat dit de bruikbaarheid makkelijker maakt. Verder zijn niet gezoneerde gebieden uit de bodemkwaliteitskaart van 2018 gebieden toegevoegd. Zie hoofdstuk 3 voor de uitwerking.

In stap 5 is op basis van de gehaalde waarnemingen vastgesteld of de indeling in deelgebieden in deelgebieden van stap 4 juist is. Zie hoofdstuk 3 en 4 voor de uitwerking.

In stap 6 is de aanvullende informatie verzameld van regio toegevoegd. Zie hoofdstuk 3 en 4.

In stap 7 is de bodemkwaliteitszone definitief vastgesteld. Zie hoofdstuk 4 en 5 voor de uitwerking.

In stap 8 dienen de toepassingseisen te worden geformuleerd. De beleidsregels voor PFAS worden in een separate notitie opgenomen.