De minister biedt de gemeenten en provincies de mogelijkheid om in bepaalde gevallen de recreatiefunctie van bestaande recreatiewoningen (of complexen van recreatiewoningen) te wijzigen in een woonfunctie. De volgende voorwaarden die hieraan zijn verbonden zijn:
de woning moet op 31 oktober 2003 onrechtmatig worden bewoond, voor complexen geldt dat deze op 31 oktober 2003 in grote mate onrechtmatig worden bewoond en niet bedrijfsmatig worden geëxploiteerd;
de woning moet zijn gelegen buiten waardevolle en/of kwetsbare gebieden. Dit betekent dat het complex niet binnen de Ecologische Hoofdstructuur mag liggen of in gebieden die vallen onder de Vogel- en Habitatrichtlijn, de Natuurbeschermingswet, in Bufferzones of in Nationale Landschappen (de grenzen hiervan zijn bepaald in de Nota Ruimte);
de woning moeten voldoen aan het Bouwbesluit voor reguliere woningen;
de bestemmingswijziging mag niet in strijd zijn met de toepasselijke milieuwetgeving.
De minister wijst er bovendien op dat het niet de bedoeling is dat de eventuele recreatiefunctie van het gebied in gevaar komt, of dat er een nieuwe behoefte aan recreatieverblijven in het gebied ontstaat.
Gemeenten worden binnen het nieuwe kader meer mogelijkheden geboden om op grond van hun reguliere bevoegdheden, bestemmingswijzigingen van recreatie naar wonen door te voeren voor situaties waar onrechtmatig in een recreatiewoning wordt gewoond.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.1.
Legalisatie door middel van bestemmingsplanwijziging
Onderdeel van Beleidsnotitie Permanente bewoning van recreatieverblijven