Op de behandeling van de aanvraag is de APV en de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. De aanvraagtermijn voor de burger is vastgesteld op 3 weken. De beslistermijn voor een uitwegvergunning is in de Burgerwijzer vastgesteld op 3 weken. Een vergunning is een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb. De procedure is globaal als volgt:
De aanvrager doet minimaal drie weken voor de aanleg van een uitweg een vergunningsaanvraag. De vergunningsaanvraag moet voorzien worden van:
Een naam, adres en woonplaats aanvrager
Adres van de uitweg
Situatieschets van de aan te leggen uitweg
De aanvraag wordt op basis van artikel 2:12 van de APV en dit beleid getoetst.
De aanvrager krijgt binnen drie weken de uitwegvergunning. Dezelfde termijn geldt ook als maximale termijn bij een eventuele weigering van de uitwegvergunning
De vergunningshouder kan de uitweg aanleggen.
Aanleg mag niet eerder plaatsvinden dan dat de vergunning is verleend. De vergunningsaanvraag wordt beoordeeld op volledigheid en daarna in behandeling genomen. De legeskosten voor het aanleggen en/of wijzigen van een uitwegvergunning worden achteraf in rekening gebracht.