Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Toetsingscriteria

Onderdeel van Beleidsregel uitwegvergunning Gemeente Oost Gelre

Algemeen Een nieuwe uitweg ten behoeve van een woning mag worden gerealiseerd mits de uitweg niet breder wordt dan maximaal 5 meter gemeten langs de openbare weg. Een nieuwe uitweg op een bedrijventerrein en ten behoeve van landbouwpercelen mag gemeten langs de openbare weg niet breder zijn dan 12 meter. In uitzonderlijke situaties, buiten de bebouwde kom waarbij de rijbaan niet breed genoeg is, kan tegenover de uitweg de berm plaatselijk verhard worden. De uitweg moet voldoende herkenbaar zijn als eigen niet openbare oprit. In situaties waarbij het niet duidelijk is hoe de voorrang geregeld is, kan aanvullende bebording en markering in de openbare ruimte geëist worden. Artikel 2:12 lid 3a Van gevaar voor het wegverkeer ter plaatse als bedoeld in artikel 2:12 lid 3 onder a is in ieder geval sprake als de uitweg is gesitueerd: Op of nabij een kruising of splitsing van wegen binnen 10 meter van het snijpunt van rijbaankanten, inclusief de lange zijde van een T-kruising. Op de plaats van op de aanliggende weg aangebrachte opstelstroken dan wel voorsorteervakken. Binnen een afstand van 50 meter van verkeerslichten aan dezelfde weg. Zodanig dat bij het uitrijden van de uitweg er onvoldoende zicht is op het overige verkeer waardoor er onoverzichtelijke en/of onveilige verkeerssituaties kunnen ontstaan. Op een plaats waar de ruimte voor het plaatsen van een personenauto op het eigen erf minder is dan 2,5 meter breed en 5,0 meter lang zoals gedefinieerd in de Aanbevelingen Stedelijke Verkeersvoorzieningen (A.S.V.V.) Dit is een handboek met aanbevelingen voor de inrichting van wegen binnen de bebouwde kom. Op een plaats waar de uitweg op een fiets- en/of voetgangerspad uitkomt en dat pad in lengterichting moet worden bereden om de openbare weg te bereiken. Op een plaats ten behoeve van de openbare verlichting aanwezige lichtmast die wegens de verlichtingseisen en/of openbaar groen niet te verplaatsen is. Artikel 2:12 lid 3 onder b Voor een woning kan een uitweg aangelegd worden mits er maximaal één openbare parkeerplaats komt te vervallen door de aanleg van die uitweg. Artikel 2:12 lid 3 onder c Er is sprake van onaanvaardbare aantasting van openbaar groen als; Een uitweg binnen de hoofdgroenstructuur van de gemeente Oost Gelre valt. Als voor de aanleg van de inrit bomen gekapt moeten worden die opgenomen zijn in de vastgestelde bijzondere bomenlijst van de gemeente Oost Gelre. Als er sprake is van afschermend groen. De verharding van de uitweg op minder dan 2 meter afstand van de stamvoet van een boom is geprojecteerd. Artikel 2:12 lid 3 onder d Het uitgangspunt is dat ieder perceel ontsloten wordt op de openbare weg. Per adres kan één uitweg aangelegd worden. Voor een tweede uitweg gelden naast de criteria onder B de volgende aanvullende eisen: het perceel moet een frontbreedte groter of gelijk aan 40 meter gemeten langs de openbare weg hebben. de tweede uitweg mag niet ten koste gaan van de parkeercapaciteit in de openbare ruimte of het openbaar groen. Als de nieuwe uitweg wordt aangelegd ter vervanging van de oude uitweg (maar op een andere plaats) dient de oude uitweg te worden verwijderd, waarna de weg ter plaatse van de opgeheven uitweg in de oorspronkelijke staat wordt hersteld. Uitvoeringseisen Alle kosten voortvloeiende uit de realisatie en het onderhoud(gedurende 6 maanden na aanleg) van de uitweg komen ten laste van de vergunningshouder. De vergunningshouder kan de civieltechnische werkzaamheden van de uitweg op gemeentegrond naar eigen keuze laten uitvoeren door de gemeente Oost Gelre of door een zelf gekozen aannemer. De vergunningshouder is verantwoordelijk voor de deugdelijke uitvoering van de uitweg. De vergunningshouder ziet erop toe dat de werkzaamheden volgens de CROW-publicatie 96b, getiteld “Maatregelen bij werk in uitvoering op niet-autosnelwegen en wegen binnen de bebouwde kom” uigevoerd worden. Het verplaatsen van lichtmasten, verkeersborden, straatmeubilair en beplanting worden door de gemeente op kosten van de vergunningshouder uitgevoerd. De vergunningshouder vraagt voor de aanleg van de uitweg de gegevens op van de ligging van de kabels en leidingen. Hiervoor moet een KLIC melding worden gedaan bij het kadaster. Kwaliteitseisen Om te voorkomen dat bij de aanleg van een nieuwe uitweg de openbare ruimte rommelig wordt door het gebruik van verschillende bestratingmaterialen worden dezelfde materialen voorgeschreven. Het bestratingmateriaal is gelijk van soort en kwaliteit. De vormgeving van de uitweg bij ongelijk niveau tussen trottoir en rijbaan bestaat uit inritblokken. Controle en handhaving Oneffenheden door het onjuist aanstraten van openbare bestrating aan de nieuwe uitweg alsmede andere aantoonbare gebrekkigheden in de uitvoering dienen door de aannemer op eerste aanzegging door de gemeente aan de vergunningshouder dan wel de aannemer te worden hersteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel