Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.2

Artikel 5.2.2

Contra-indicaties tegen het verstrekken van een Pgb

Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning Midden-Delfland 2022

Kiest de cliënt voor een Pgb, dan is hij/zij in principe ook de budgethouder. Is hij/zij minderjarig, niet budgetvaardig of handelingsonbekwaam, dan treedt een wettelijk vertegenwoordiger op als Pgb-vertegenwoordiger. Deze derde persoon mag een familielid zijn tot maximaal de 2de graad of moet een aantoonbare relatie met de cliënt hebben. Het College kan de Pgb-vertegenwoordiger die namens cliënt het Pgb beheert om een VOG5VOG = verklaring omtrent gedrag vragen. Het is van belang dat een Pgb-vertegenwoordiger te allen tijde op de hoogte moet zijn van de situatie van de budgethouder wanneer het gaat om de ondersteuningsvraag en dat de invulling hiervan feitelijk en kwalitatief goed wordt verleend. De Pgb-vertegenwoordiger dient aan dezelfde voorwaarden te voldoen als de budgethouder. In de Wmo 2015 staat dat het College een Pgb kan weigeren (artikel 2.3.6 lid 5): voor zover de kosten van het betrekken van de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen van derden hoger zijn dan de kosten van de maatwerkvoorziening in natura of; indien het college eerder toepassing heeft gegeven aan artikel 2.3.10, eerste lid, onderdeel a, d en e Wmo. Als er een ernstig vermoeden is dat de budgethouder problemen zal hebben met het omgaan met een Pgb, zal overwogen worden of een Pgb wel de juiste leveringsvorm is voor de maatwerkvoorziening. Uitsluitselsgronden voor het niet verstrekken van Pgb: de budgethouder is handelingsonbekwaam, de budgethouder beschikt niet over voldoende organisatie- en regelvermogen en verantwoordelijkheidsbesef de budgethouder heeft als gevolg van dementie, een verstandelijke handicap of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht in de eigen situatie. de budgethouder woont in het buitenland, er is sprake van verslavingsproblematiek of schuldenproblematiek bij de budgethouder, de budgethouder en Pgb-vertegenwoordiger kunnen niet tevens aanbieder van zorg zijn. Een dergelijke dubbelrol is in strijd met boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Bij twijfel of dit aan de orde is, kan de Wmo-consulent vragen om een VOG van de hulpverlener en/of het VNG-matrixregister raadplegen; er is eerder sprake geweest van fraude of misbruik door de budgethouder als er bijvoorbeeld onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt, er niet werd voldaan aan de gestelde voorwaarden voor een Pgb of als het Pgb niet werd gebruikt voor het doel waarvoor het bestemd was. Bovenstaande opsomming is niet limitatief. Er kunnen andere situaties denkbaar zijn waarin het verstrekken van een Pgb niet gewenst is. Deze situaties vereisen altijd een individuele afweging. In deze situaties kan een Pgb worden geweigerd. Om een Pgb af te wijzen op contra-indicaties, moet er een feitelijke onderbouwing zijn waarop het afwijzingsbesluit is gebaseerd. De onderbouwing wordt in de beschikking vermeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel