1. De gemeente stelt de aflossing van het verstrekte bedrijfskapitaal vast op basis van de looptijd

van de geldlening en kan hierbij rekening houden met de aflossingscapaciteit van de zelfstandige.

2. Wanneer de zelfstandige niet aan de rente- en aflossingsverplichtingen voldoet, zal de gemeente

contact opnemen met de zelfstandige, en volgen, als dit nodig is, een 1e en een 2e aanmaning.

3. Als de zelfstandige ook na een 2e aanmaning niet aan zijn rente- en aflossingsverplichtingen

voldoet, gaat de gemeente over tot terugvordering van de openstaande vordering plus

achterstallige rente.