1. Het is verboden de in artikel 2 van dit besluit aangeduide diersoorten aanwezig te hebben indien daardoor overlast wordt veroorzaakt of schade aan de openbare gezondheid wordt veroorzaakt. Het verbod geldt voor de in artikel 1 aangewezen gebieden.
2. Het is in ieder geval verboden om dieren zoals aangewezen in dit besluit binnen de bebouwde kom aanwezig te hebben, indien men:
a) verzuimt om dagelijks ervoor te zorgen dat uitwerpselen en voedselresten worden opgeruimd, waardoor sprake is van overlast gevende geuren/stoffen;
b) verzuimt om ervoor te zorgen dat andere schadelijke of overlast gevende geuren/stoffen, die worden veroorzaakt door de aanwezigheid van het dier, worden opgeruimd;
c) verzuimt om een dier binnen te houden, te plaatsen in een geluidswerende ruimte of te plaatsen in een nachthok dat volkomen is afgesloten voor daglicht tussen 22.00 en 07.00 uur indien door het college middels een waarschuwingsbrief schriftelijk bekend is gemaakt aan de eigenaar/houder van het dier / de dieren dat er klachten zijn over de geluidsproductie van het dier gedurende die tijden;
d) de afstand tussen het dierenverblijf en een woning van derden minder dan 10 meter bedraagt.