Naar hoofdinhoud

Artikel 2.40.

Kiezen briefadres en mededeling doen van die mogelijkheid door hoofd instelling

Onderdeel van Beleidsregels Bestuurlijke boete Wet basisregistratie personen Eindhoven 2016

Degene die zijn woonadres heeft in een instelling die is aangewezen op grond van het derde of het vierde lid kan, in afwijking van de artikelen 2.38, eerste lid, en 2.39, eerste lid, in plaats van zijn woonadres een briefadres kiezen en daarvan overeenkomstig de genoemde bepalingen aangifte doen. Een instelling wordt slechts aangewezen indien de aard van de instelling meebrengt, dat door opneming van het adres daarvan in de basisregistratie de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen onevenredig zou kunnen worden geschaad. Onze Minister kan categorieën van instellingen dan wel instellingen afzonderlijk aanwijzen, voor zover het betreft: a. instellingen voor gezondheidszorg; b. instellingen op het gebied van de kinderbescherming; c. penitentiaire instellingen. Het college van burgemeester en wethouders kan een in de gemeente gevestigde instelling aanwijzen indien het betreft een instelling op het terrein van maatschappelijke opvang, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, onder 7°, van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Het hoofd van een aangewezen instelling doet aan de betrokken personen tijdig schriftelijk mededeling van de mogelijkheid tot aangifte van een briefadres. De aangifte van een briefadres conform artikel 2.40 wet BRP kan worden vervuld door het hoofd van de instelling. De verplichting rust echter niet op het hoofd van de instelling. Er kan derhalve geen bestuurlijke boete worden opgelegd aan het hoofd van de instelling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel