Naar hoofdinhoud

Artikel 2.43

Vertrek naar het buitenland

Onderdeel van Beleidsregels Bestuurlijke boete Wet basisregistratie personen Eindhoven 2016

De ingezetene die naar redelijke verwachting gedurende een jaar ten minste twee derde van de tijd buiten Nederland zal verblijven, doet bij het college van burgemeester en wethouders van de bijhoudingsgemeente voor zijn vertrek uit Nederland schriftelijk aangifte van vertrek. De aangiftetermijn vangt aan op de vijfde dag voor de dag van vertrek. De ingezetene doet in die aangifte mededeling van de gegevens over zijn vertrek en het volgende verblijf buiten Nederland. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent bijzondere gevallen waarin het eerste lid niet van toepassing is. De ingezetene uit lid 1 dient in persoon te verschijnen indien niet alle ingezetenen met hetzelfde woonadres aangifte van vertrek doen of aangifte van vertrek voor hen wordt gedaan. Iedereen moet op grond van artikel 2.43 Wet BRP aangifte van vertrek doen, als hij emigreert. Doet hij dit niet dan kan hem een bestuurlijke boete opgelegd worden. Voordat het college van B&W dit doet, roept het college van B&W betrokkene ingevolge artikel 2.47 Wet BRP op om te verschijnen of informatie te verschaffen. In deze oproep wordt een termijn van 2 maanden genoemd. Als hij niet verschijnt op of voor deze datum, dan wordt betrokkene voor de tweede keer opgeroepen. In de oproepen wordt de waarschuwingsclausule opgenomen dat als hij niet verschijnt, dat hem dan een bestuurlijke boete kan worden opgelegd. Vervolgens zijn er 4 mogelijkheden: Betrokkene doet alsnog aangifte van vertrek. Er wordt afgezien van een boete; Betrokkene verschijnt of verschaft informatie. Uit de gegeven informatie blijkt dat betrokkene verblijft in Nederland. In dat geval besluit het college van B&W betrokkene ingeschreven te laten staan op zijn adres of op een ander adres in Nederland. Daarom wordt er geen boete opgelegd; Betrokkene verschijnt of verschaft informatie, die voor het college van B&W geen aanleiding is om aan te nemen dat betrokkene op zijn adres is blijven wonen. In dat geval besluit het college van B&W betrokkene ambtshalve op te nemen als vertrokken en wordt een bestuurlijke boete opgelegd op grond van artikel 2.43 Wet BRP. Dit wordt medegedeeld aan de balie. Betrokkene verschijnt niet en geeft geen informatie. Het college van B&W bepaalt op grond van het dossier of het aannemelijk is dat betrokkene is vertrokken. Als dat het geval is, dan wordt een besluit genomen tot ambtshalve vertrek en wordt een boete opgelegd op grond van overtreding van de artikelen 2.47 en 2.43 Wet BRP.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel