Naar hoofdinhoud

Artikel 2.45

Na aangifte inlichtingen geven en geschriften overleggen/in persoon verschijnen

Onderdeel van Beleidsregels Bestuurlijke boete Wet basisregistratie personen Eindhoven 2016

Degene die aangifte heeft gedaan als bedoeld in de artikelen 2.38 tot en met 2.40 en artikel 2.43, geeft op verzoek van het college van burgemeester en wethouders de inlichtingen ter zake van zijn aangifte die van belang zijn voor de bijhouding met betrekking tot hem van de basisregistratie. Deze verplichting is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het overleggen van geschriften. De betrokkene verschijnt hierbij desgevraagd in persoon. In de aangifte van een briefadres worden de redenen voor de aangifte van een briefadres medegedeeld. Bij de aangifte wordt een schriftelijke verklaring van instemming gevoegd van de briefadresgever. De briefadresgever draagt zorg dat voor de houder van het briefadres bestemde geschriften of inlichtingen daarover, aan hem worden doorgegeven of medegedeeld. De briefadresgever verstrekt op verzoek van het college van burgemeester en wethouders, desgevraagd in persoon, ter zake van dat briefadres de inlichtingen en overlegt de geschriften die noodzakelijk zijn voor de bijhouding van de basisregistratie. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de toepassing van het eerste tot en met vierde lid. Artikel 2.45 Wet BRP valt uiteen in twee onderdelen: het verzoek documenten te overleggen en nadere informatie te vragen aan de burger die aangifte doet van een adreswijziging ten behoeve van de bijhouding van de gegevens in de BRP, dan wel betrokkene te vragen in persoon te verschijnen; de mogelijkheid een briefadres aan te vragen, met daarbij vermeld de voorwaarden waaronder het aangevraagd kan worden en welke verplichtingen er verbonden kunnen worden aan het hebben van een briefadres. De bestuurlijke boete kan opgelegd worden voor het niet verstrekken van informatie of het niet overleggen van documenten, of het in persoon niet verschijnen, terwijl het college van B&W betrokkene heeft opgeroepen om te verschijnen. Ook kan de boete opgelegd worden aan de briefadresgever voor de volgende verplichtingen die betrekking hebben op het hebben van een briefadres: vanwege zijn verplichting om zorg te dragen voor de post van de briefadresnemer; in verband met het verzoek inlichtingen te verschaffen ter zake van het briefadres. De briefadresgever kan wel om informatie worden gevraagd, maar deze hoeft bijvoorbeeld niet te weten waar de briefadresnemer verblijft. Als de briefadresgever aangeeft dat hij niet beschikt over bepaalde informatie, dan heeft hij voldaan aan zijn verplichting om inlichtingen te geven. Hem kan geen bestuurlijke boete opgelegd worden, als hij aangeeft geen informatie te hebben. Hij kan niet beboet worden voor hetgeen hij niet weet. Als aannemelijk is dat de briefadresgever wel degelijk weet waar de gezochte persoon verblijft en dit niet meedeelt, dan is dit wel sanctioneerbaar met een bestuurlijke boete.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel