Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8.

Artikel 8.2

Afwijkende situaties

Onderdeel van Geluidbeleid Oost Gelre

Er zullen zich altijd situaties voor kunnen doen waarbij bedrijven niet aan de standaard normen kunnen voldoen of situaties waar lagere normen gewenst zijn. Het Activiteitenbesluit en de Bruidsschat geven in dergelijke gevallen de mogelijkheid hiervoor maatwerkvoorschriften op te leggen. Hiervoor is aangegeven dat ten aanzien van vergunningverlening het Activiteitenbesluit en na het van kracht worden van Omgevingswet de Bruidsschat zal worden gevolgd. Het bevoegd gezag kan, mits onderbouwd en afgewogen, afwijken van de standaardnormen. Dit geldt voor lagere maar ook voor hogere normen. Omdat het opleggen van lagere normen niet veel zal voorkomen is het hieronder aangegeven beleid alleen van toepassing voor het vaststellen van hogere normen bij zowel vergunningaanvragen als bij meldingen. Het Activiteitenbesluit en ook de Bruidsschat geven niet aan welke hogere normen maximaal aanvaardbaar zijn. Om een kader te krijgen over wat maximaal aanvaardbaar is kan de Handreiking worden gevolgd, maar ook het Bkl. Hoewel het Bkl pas met het van kracht worden van de nieuwe Omgevingswet rechtskracht krijgt kan en mag deze worden meegenomen als beleidskader. In de Handreiking is het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) voor bestaande bedrijven 55 dB(A) de maximale norm en voor woningen op bedrijventerreinen gaat deze tot 65 dB(A)4Zie hiervoor tabel 5 van de Handreiking.. Het Bkl geeft hierin nog meer vrijheid5Zie hiervoor o.a. artikel 5.66 van het Bkl.. Het verhogen van de standaardnormen met 5 dB(A) voor bestaande bedrijven in afwijkende situaties is dan ook aanvaardbaar. Voor bedrijventerreinen kan dit voor alle bedrijven tot maximaal 10 dB(A). Als er nog geen gemeentelijke omgevingsplan in werking is, is de werkwijze om te komen tot (maatwerk)voorschriften hoger dan de standaardnormen als volgt: Bij maatwerkvoorschriften en bij een aanvraag om een omgevingsvergunning milieu voor nieuwe en bestaande bedrijven moeten de akoestische gevolgen daarvan in eerste instantie getoetst worden aan de standaardwaarden die voor het bedrijf gelden. Geluidniveaus boven de standaardwaarden kunnen alleen bij bestaande bedrijven in de gehele gemeente en bij nieuwe bedrijven op een bedrijventerrein, op grond van een bestuurlijke afweging door het bevoegd gezag worden toegestaan. De maximaal te vergunnen waarden liggen voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) 5 dB(A) boven de standaardwaarden voor overige terreinen en 10 dB(A) voor bedrijfsterreinen6Zie hiervoor tabel 5 van de Handreiking en Artikel 5.66 van het Bkl.. Voor het maximaal geluidniveau (LAmax) is dit 5 dB(A). Bij nieuwe bedrijven (uitgezonderd op een bedrijventerrein) fungeren het Activiteitenbesluit en na het van kracht worden van de Omgevingswet de Bruidsschat als toetsingskader bij de vraag of al dan niet vergunning kan worden verleend. Noot: De geluidsnormen voor bedrijventerrein gelden voor woningen op een bedrijventerrein. Voor de woningen buiten het bedrijventerrein gelden de normen voor overig gebied Met nieuwe situaties worden bedoeld: de vestiging van een nieuw bedrijf bij bestaande woningen; de vestiging van een geheel andersoortig bedrijf in een bestaand(e) bedrijfspand of –locatie (bv. van boerderij naar zorglocatie) de bouw van woningen of andere geluidgevoelige objecten bij een bestaand bedrijf. Ten aanzien van de onder 2 bedoelde bestuurlijke afweging zijn de volgende uitgangspunten van toepassing: In beginsel worden de afwegingcriteria gebruikt als genoemd in de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening 1998 alsmede de Aanvulling Handreiking 2001; Er hoeft echter niet meer per vergunningsaanvraag of per vestiging van een bedrijf dat valt onder het Activiteitenbesluit een referentieniveau van het achtergrondgeluid te worden bepaald. Het bedrijf heeft de best beschikbare technieken toegepast om de geluidsuitstoot zo laag mogelijk te maken; Met het toekennen van een hogere waarde wordt geen onaanvaardbare woon- en leefklimaat gecreëerd; Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) binnen in een geluidgevoelige ruimte van een geluidgevoelig object waarvoor de hogere waarde wordt bepaald mag niet hoger zijn dan 35 dB(A) etmaalwaarde7Hiermee wordt ten aanzien van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) voldaan aan §3.3 van de Handreiking en artikel 5.66 lid 2 van het Bkl.; Het maximaal geluidniveau (LAmax) binnen in een geluidgevoelige ruimte van een geluidgevoelig object waarvoor de hogere waarde wordt bepaald mag niet hoger zijn dan 55 dB(A) etmaalwaarde8Hiermee wordt ten aanzien van het maximaal geluidniveau (LAmax) voldaan aan §3.3 van de Handreiking en artikel 5.66 lid 2 van het Bkl.. Kan niet aan de regels ten aanzien van het binnen niveau worden voldaan dan kan de aanvrager middelen ter beschikking stellen om voorzieningen aan te brengen teneinde wel te kunnen voldoen. Als hiertegen bezwaren zijn van bouwkundige aard of de eigenaar van het geluidgevoelige object waarop een hogere waarde wordt bepaald wenst niet mee te werken, neemt het college dit mee in de afwegingen. Het college kan, als voorzieningen niet mogelijk zijn, een hogere waarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) binnen in een geluidgevoelige ruimte van een geluidgevoelig object als acceptabel aanmerken. De maximale waarde zal dan niet hoger zijn dan 40 dB(A)9Zie §3.3 van de Handreiking etmaalwaarde. Uitzonderingen hierop zijn in dit beleid bedrijfswoningen of voormalige bedrijfswoningen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel