**1..** Tenzij burgemeester en wethouders reeds bij een eerste beoordeling van de aanvraag menen dat de vergunning behoort te worden geweigerd, stellen zij, onder overlegging van de aanvraag en de daarop betrekking hebbende bescheiden, de waterbeheerder in de gelegenheid hen van advies te dienen omtrent de aanvraag.
**2..** Indien met het oog op het geheel of gedeeltelijk inwilligen van de aanvraag een wijziging of aanvulling van de aan de gemeente gegeven voorschriften voor het brengen van het rioolwater in oppervlaktewater of naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie of enig ander werk waarop de riolering is aangesloten noodzakelijk is, dienen burgemeester en wethouders binnen 4 weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen, onderscheidenlijk na de dag waarop de in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde aanvulling of verbetering is ontvangen, een daartoe strekkend verzoek schriftelijk in bij de waterbeheerder.
**3..** Van de indiening als bedoeld in het tweede lid geven burgemeester en wethouders kennis aan de aanvrager van de vergunning.
HOOFDSTUK II
Artikel 10
Advisering van de waterbeheerder over de vergunningsaanvraag
Onderdeel van Lozingsverodening riolering 1994