**1..** Degene die voornemens is een inrichting op te richten, behorende tot een door burgemeester en wethouders krachtens artikel 3, tweede lid, aangewezen categorie, moet hiervan 8 weken voor het oprichten aan burgemeester en wethouders schriftelijk kennisgeven met inachtneming van hetgeen hierna daaromtrent bepaald is.
**2..** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het uitbreiden of wijzigen van een inrichting behorende tot een door burgemeester en wethouders krachtens artikel 3, tweede lid aangegeven categorie voor zover dit kan leiden tot een wijziging van de samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid van het te lozen afvalwater of de te lozen afvalstoffen, dan wel een wijziging van de tijdsduur van de lozing.
**3..** Een kennisgeving als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt ondertekend en ingediend door degene die de inrichting drijft.
**4..** Kennisgevingen als bedoeld in het eerste en tweede lid worden schriftelijk ingediend in ..-voud en bevatten in elk geval: a. naam en adres van degene die de inrichting drijft; b. een opgave van de wijze van lozen waaronder een nauwkeurige opgave van de hemel- en afvalwaterstromen binnen de inrichting alsmede een nauwkeurige karakterisering van het te lozen afvalwater of de te lozen afvalstoffen naar samenstelling, eigenschappen en hoeveelheden; c. de maatregelen die zijn of zullen worden getroffen om de belasting van het milieu die de lozing kan veroorzaken, te voorkomen of te beperken.
**5..** Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere regels te stellen met betrekking tot de inhoud van zijn kennisgeving en de daarbij over te leggen bescheiden.
**6..** Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voor inrichtingen die b algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen op grond van artikel 1, tweede lid van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.