Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › Paragraaf 1.1.3

Artikel 1.2

Verantwoording

Onderdeel van Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart voor de Hoeksche Waard

Bij het opstellen van dit product is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: het Centraal Archeologisch Archief, het Centraal Monumenten Archief en de Archeologische Monumenten kaart, alle ontsloten via ARCHIS Archeologische rapportages van onderzoeken in de Hoeksche Waard Holland, de Archeologische Kroniek van de provincies Zuid- en Noord-Holland, jaargangen 1992 t/m 2005. diverse bronnen ter beschikking gesteld door de Commissie Hoeksche Waard en de SAH: rapporten van diverse archeologische onderzoeken Archeologisch Beleidsplan Oud-Beijerland4Ras 2003 (1), Oude Rengerink 2006. de Cultuurhistorische Hoofdstructuur van de provincie Zuid-Holland historisch kaartmateriaal, waaronder: Minuutkaarten uit het begin van de 19e eeuw Topografische kaart uit 18565Wolters-Noordhoff Atlasprodukties 1990 Bonnekaarten uit 1878-1907 het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Aardwetenschappelijk kaartmateriaal: de bodemkaart van Nederland 1:50.000, blad 37 Oost, 43 West en Oost en 44 West de geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000, landsdekkende digitale kaart de geologische kaart van Nederland 1:50.000, blad 37 Oost en 43 Oost de paleogeografische kaarten van de Rijn/Maas-delta6Berendsen & Stouthamer 2001 de paleogeografische kaart van Nederland7Vos 2006. overige aardwetenschappelijke en archeologische literatuur over het gebied Uitgangspunt voor het reconstrueren van de opbouw van de ondergrond van de Hoeksche Waard zijn de geologische kaart, de geomorfologische kaart en de bodemkaart op schaal 1:50.000. Voor het uiterste oosten van het eiland zijn de paleogeografische kaarten van de Rijn/Maas-delta gebruikt. De begrenzing en interpretatie van de verschillende afzettingen is, waar nodig, verder verfijnd met behulp van hoogtegegevens van het AHN. Voor de gemeente Oud-Beijerland is zowel in 2003 als in 2006 reeds een archeologische beleidsadvieskaart opgesteld (zie verder paragraaf 1.3).8Ras 2003 (1); Oude Rengerink 2006. De laatste kaart wijkt inhoudelijk sterk af van de eerste. De reden hiervoor is dat voor beide kaarten een andere basis is genomen waarop het verwachtingsmodel is opgesteld. De argumentatie van de archeologische verwachting op de kaart uit 2006 is onzes inziens onvoldoende onderbouwd. Om deze reden is besloten de kaart van Oranjewoud niet integraal in de beleidsdvieskaart voor de gehele Hoeksche Waard over te nemen. De basis voor het verwachtingsmodel die voor onderhavig onderzoek is gekozen sluit grotendeels aan bij die van SOB. Naast de bovengenoemde bronnen is extra (mondelinge) informatie verkregen door de raadpleging van de Stichting Archeologie Hoeksche Waard (SAH). Op grond van de geïnventariseerde gegevens is, in combinatie met algemene kennis over bodemopbouw, bewoningsgeschiedenis van en locatiekeuzes in en rondom de Hoeksche Waard een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Dit model geeft op basis van de meest recente wetenschappelijke inzichten en feitelijke waarnemingen op het eiland een voorspelling over het voorkomen, de aard en de verspreiding van archeologische resten. De als bijlage in dit rapport opgenomen archeologische verwachtingskaart is een visualisatie van dit model. De op de verwachtingskaart gebaseerde beleidsadvieskaart bevatten zones waar wel of geen voorwaarden zijn verbonden aan toestemming om de bodem te mogen verstoren. De auteurs merken op dat de grenzen van deze zones met de grootst mogelijke nauwkeurigheid zijn bepaald op zoveel mogelijk en zo nauwkeurig mogelijke gegevens. Er kan grofweg een onderscheid worden gemaakt in grenzen die ‘hard’ zijn en grenzen die ‘zacht’ zijn. Van harde grenzen is sprake waar met grote nauwkeurigheid (binnen meters) de zones konden worden onderscheiden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het omgrenzen van afgegraven percelen en het bepalen van de locatie van ingemeten opgravingsputten. Deze grenzen vallen vaak samen met kadastrale of topografische grenzen. Van zachte grenzen is sprake als er tussen zones graduele overgangen bestaan. Als voorbeeld kan worden genoemd de begrenzing van geologische eenheden, zoals deze op de geologische kaart zijn weergegeven. Hier is de begrenzing vaak gebaseerd op interpolatie van de geologische situatie tussen verschillende grondboringen, waardoor de weergegeven grens in feite het midden vormt van een enkele honderden meters brede zone. Zachte grenzen vallen in ieder geval vrijwel nooit samen met kadastrale of topografische grenzen.

Rechtspraak bij dit artikel