Provinciale Cultuurhistorische Hoofdstructuur
De Provincie Zuid-Holland heeft in 2007 haar Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) geactualiseerd. De CHS biedt een integraal overzicht (in de vorm van een kaartbeeld) op provinciaal niveau van de relevante cultuurhistorische kenmerken en waarden (archeologie, historische stedenbouw, en historisch landschap). De op de cultuurhistorische kaart aangegeven trefkans of verwachtingswaarde correspondeert, wat betreft classificatie en kaartbeeld, grotendeels met de door de RCE uitgebrachte Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW).
Onze kaart is bedoeld als verfijning van deze kaart (zie paragraaf 1.1), en wijkt daarom logischerwijs af van de CHS. Deze afwijking is vooral van toepassing op de zee-afzettingen, die op de CHS een lage trefkans op archeologische resten heeft gekregen. Onze kaart geeft voor deze zone een middelhoge verwachtingswaarde, gezien de mogelijk aanwezige prehistorische resten op de kreekruggen onder deze afzettingen (zie ook hieronder). De kans op deze resten achten wij te groot om aan dit gebied een lage verwachting toe te kennen.
Verwachtingskaarten voor Oud-Beijerland (SOB Research en Oranjewoud)
Voor de gemeente Oud-Beijerland is zowel in 2003 als in 2006 reeds een archeologische beleidsadvieskaart opgesteld. Onze verwachtingskaart wijkt, soms in belangrijke mate, af van deze kaarten.
In de kaart uit 2003 is aan het gehele veengebied van Oud-Beijerland een redelijke (lees: middelhoge) verwachting toegekend.9Ras 2003. Op de kaart uit 2006 is echter de archeologische verwachting van dit gebied sterk naar beneden bijgesteld. Op grond van de veronderstelde diepte van de top van het Hollandveen Laagpakket en de aard van het bovenliggende pakket (zand of klei) is een onderverdeling gemaakt tussen zones met hoge, middelhoge en lage verwachting. Deze verwachting is grotendeels gebaseerd op de veronderstelling dat het veen op plaatsen waar de top van het veen is afgedekt met een kleidek (vermoedelijk een afzetting uit de Duinkerke I-transgressiefase), het minst aan erosie onderhevig zal zijn geweest. Aan deze zone is een hoge verwachtingswaarde toegekend. Wanneer het veen is bedekt door een zanddek uit de Duinkerke IIIb-transgressiefase, zou dit wijzen op erosie van het Hollandveen. Aan deze zones is een middelhoge en lage verwachtingswaarde toegekend (afhankelijk van de verwachte mate van erosie).
Onzes inziens is het op deze gronden onderverdelen van verwachtingszones niet voldoende te verantwoorden, voornamelijk omdat er op deze manier slechts voor archeologische resten op het Hollandveen, dus vanaf de IJzertijd, een uitspraak wordt gedaan. De mogelijk aanwezige oudere (vanaf het Neolithicum) vindplaatsen op de kreekruggen onder het Hollandveen worden op deze manier volledig buiten beschouwing gelaten. Dit terwijl deze oudere vindplaatsen meer binnen bereik komen van bodemingrepen naarmate er meer veen is geërodeerd. Daarnaast levert archeologisch onderzoek in dit veengebied nog regelmatig goed bewaarde vindplaatsen uit IJzertijd en Romeinse tijd op. Het is hierom dat onze kaart, voor een groot deel vergelijkbaar met de kaart uit 2003, een middelhoge verwachting toekent aan dit gebied.
Hoofdstuk 1 › Paragraaf 1.1.3
Artikel 1.3
Relatie tot reeds bestaande archeologische kaarten
Onderdeel van Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart voor de Hoeksche Waard