Er bestaat geen recht op bijstand voor zover een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening die, gezien haar aard en doel, wordt geacht voor de belanghebbende toereikend en passend te zijn. Het recht op bijstand strekt zich evenmin uit tot kosten die in de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk worden aangemerkt.
Een voorliggende voorziening is elke voorziening buiten de Participatiewet waarop een belanghebbende aanspraak kan maken, dan wel een beroep kan doen, ter verwerving van middelen of ter bekostiging van specifieke uitgaven. Zo wordt volgens vaste jurisprudentie de Zorgverzekeringswet (Zvw) voor medische en paramedische kostensoorten als aan de Participatiewet voorliggende toereikende en passende voorziening beschouwd. Ook de huurtoeslag is een voorbeeld van een voorliggende voorziening. Er is ook geen recht op bijstand voor kosten die in de voorliggende voorziening (geheel of gedeeltelijk) als niet noodzakelijk worden aangemerkt. De Participatiewet is een vangnet en kan het beleid van voorliggende voorzieningen dan ook niet doorkruisen, tenzij het college een uitdrukkelijke keuze heeft gemaakt om een buitenwettelijke beleidsregel vast te stellen.
Artikel 2.4