In beginsel verbiedt artikel 44, eerste lid, van de Participatiewet bijstandsverlening vanaf een eerdere datum dan de datum waarop belanghebbende zich heeft gemeld voor de aanvraag. Uitgangspunt is dat een aanvraag om bijzondere bijstand moet worden ingediend vóórdat de kosten zijn gemaakt. Immers vooraf, voordat de kosten zijn gemaakt, moet worden vastgesteld of, en tot welk bedrag, de kosten noodzakelijk zijn. Slechts onder bijzondere omstandigheden is bijstandsverlening met terugwerkende kracht wel mogelijk, waarbij het wel van belang is dat de noodzaak van de kosten nog kan worden vastgesteld.
Als de kosten eerst bij een andere instantie moeten worden gedeclareerd, kan pas achteraf blijken dat er nog een eigen bijdrage / betaling resteert. In dergelijke gevallen moet de aanvraag uiterlijk binnen twee maanden na de notadatum worden ingediend.
Een aanvraag om bijzondere bijstand voor bewindvoerderskosten moet uiterlijk op de laatste dag van de kalendermaand volgend op de datum van de uitspraak van de kantonrechter worden ingediend. Als datum van de uitspraak van de kantonrechter geldt de datum van de beschikking. Wordt de aanvraag bijzondere bijstand niet binnen deze termijn ingediend, dan vindt er slechts een inhoudelijke beoordeling plaats van de periodieke kosten over de periode vanaf de 1ste van de maand waarin de aanvraag is ingediend. De aanvraag voor de intakekosten en de periodieke kosten hieraan voorafgaand wordt afgewezen, omdat de aanvraag te laat is ingediend.
Artikel 2.3