Naar hoofdinhoud
Gemeenten hebben de volledige vrijheid bij de vaststelling van de draagkracht van belanghebbenden. Daarbij geldt dat vermogens- of inkomensbestanddelen, die op grond van artikel 31, tweede lid, van de Participatiewet niet tot de middelen worden gerekend, voor de bijzondere bijstand wel tot de middelen van belanghebbende kunnen worden gerekend. Ook de vrijlatingsbepalingen voor het vermogen op grond van artikel 34, tweede lid, van de Participatiewet zijn voor de bijzondere bijstand niet verplicht van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel