Naar hoofdinhoud
De draagkracht is dat deel van het inkomen en vermogen dat moet worden aangewend om zelf in de kosten te voorzien. Sinds 1 januari 2015 is de kostendelersnorm van kracht. Ook bij aanvragen om bijzondere bijstand wordt de kostendelersnorm toegepast. Wanneer het inkomen hoger is dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm, wordt van het meerdere 35% als draagkracht in aanmerking genomen. Voor de hierna te noemen kosten wordt 100% van het inkomen boven de bijstandsnorm als draagkracht aangemerkt: Woonkostentoeslag; De administratiekosten, waarborgsom en eerste maand huur voor een woning; Duurzame gebruiksgoederen en andere kosten waarvoor men moet reserveren; Kosten van beschermingsbewind, inkomensbeheer, curatele en mentorschap; Aanvullende bijzondere bijstand voor levensonderhoud aan personen van 18 tot 21 jaar. Van het aanwezige vermogen wordt een bedrag van € 3.000 vrijgelaten. Al het meerdere boven dit bedrag moet worden aangewend om (deels) zelf in de kosten te voorzien. Voor een aantal regelingen geldt een afwijkende vermogensvrijlating en geldt een inkomensgrens in plaats van draagkracht uit inkomen. Wanneer hiervan sprake is wordt dit expliciet benoemd.

Rechtspraak bij dit artikel