Naar hoofdinhoud
Volgens vaste rechtspraak moet de Wet op de huurtoeslag met betrekking tot woonkosten als een aan de bijstand voorliggende, passende en toereikend te achten voorliggende voorziening worden beschouwd. Dit betreft ook de situatie dat geen huurtoeslag wordt verleend omdat de rekenhuur te hoog is. Slechts wanneer er sprake is van een uit bijzondere omstandigheden voortkomende noodzaak om een huurwoning te bewonen met een te hoge rekenhuur kan er tijdelijk een woonkostentoeslag worden verstrekt. Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een plotselinge inkomensachteruitgang. De hoogte van de toeslag wordt berekend aan de hand van de Wet op de huurtoeslag systematiek. Het meerdere boven de maximale huurgrens wordt volledig in aanmerking genomen bij de bepaling van de hoogte van de toeslag. Het volledige inkomen boven de bijstandsnorm geldt als draagkracht en wordt in mindering gebracht op de berekende toeslag. Aan de bijstandsverlening is de verplichting verbonden dat belanghebbende alles in het werk stelt om goedkopere woonruimte te verkrijgen die passend is bij de eigen financiële omstandigheden. De bijstand wordt gedurende maximaal 6 maanden verstrekt. Als na deze periode nog geen vervangende woonruimte is gevonden, maar belanghebbende aantoonbaar wel alles in het werk heeft gesteld om andere woonruimte te vinden, kan aansluitend gedurende een periode van maximaal drie maanden bijstand worden verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel