Naar hoofdinhoud
Bij een aanvraag om woonkostentoeslag eigen woning wordt de waarde gebonden in de eigen woning vastgesteld en wordt beoordeeld of tegeldemaking, bezwaring of verdere bezwaring aan de orde is. Slechts wanneer sprake is van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende kosten kan tijdelijk woonkostentoeslag worden verstrekt. Bij een eigen woning worden de volgende kosten als woonkosten in aanmerking genomen: de hypotheekrente die verband houdt met de eigen woning premie opstalverzekering eigenaarsdeel onroerende zaakbelasting erfpachtcanon rioolrecht & waterschapsbelasting (eigenaarsdeel). De hoogte van de toeslag wordt berekend aan de hand van de Wet op de huurtoeslag systematiek. Het meerdere boven de maximale huurgrens wordt volledig in aanmerking genomen bij de bepaling van de hoogte van de toeslag. Het volledige inkomen boven de bijstandsnorm geldt als draagkracht en wordt in mindering gebracht op de berekende toeslag. De hypotheekrente en erfpachtcanon kan belanghebbende in mindering brengen op het belastbaar inkomen en vormt een mogelijkheid tot teruggaaf. Bij toekenning van de woonkostentoeslag geldt de voorwaarde dat de aanvrager bij de belastingdienst een voorlopige teruggave aanvraagt. Deze voorlopige teruggave wordt als inkomen aangemerkt en op de woonkostentoeslag in mindering gebracht. De woonkostentoeslag wordt verstrekt zolang als noodzakelijk, maar in principe voor maximaal 12 maanden. Daarbij wordt er een verhuisplicht aan gekoppeld wanneer de toeslag (naar verwachting) voor een langere periode dan 6 maanden noodzakelijk is. Dit betekent onder meer dat de woning te koop wordt gezet voor een realistische prijs en dat alles in het werk wordt gesteld om goedkopere woonruimte te verkrijgen die passend is bij de eigen financiële omstandigheden, dan wel waarvoor een beroep op huurtoeslag kan worden gedaan.

Rechtspraak bij dit artikel