Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.1

Het Besluit bodemkwaliteit

Onderdeel van Bodembeheernota Zuid-Holland Zuid

In juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit in werking getreden voor toepassingen van grond, baggerspecie en bouwstoffen op de landbodem. Het Besluit bodemkwaliteit gaat specifiek over het toepassen van deze materialen. Voor het saneren van de bodem blijft de Wet bodembescherming van toepassing. Ook blijven de regels van kracht voor de preventie van verontreiniging van de bodem (zorgplicht). In figuur 2 is de positie van het Besluit bodemkwaliteit binnen het bodembeleid aangegeven. Figuur 2: Positie van het Besluit bodemkwaliteit binnen het bodembeleid Het Besluit gaat dus over het gebiedsbeheer van grond- en baggerstromen. Het gaat om het omgaan met diffuse bodemkwaliteit, ook wel achtergrondkwaliteit genoemd. Dit is de chemische kwaliteit van de bodem die gekarakteriseerd wordt door een diffuse verontreiniging. Deze diffuse verontreiniging is vaak kenmerkend voor het gebied, waarbij niet kan worden gesproken van specifieke en herkenbare bronnen zoals bij puntverontreinigingen. Voor deze vorm van verontreinigingen blijft het saneringsbeleid van kracht (Wet bodembescherming voor de landbodem en Waterwet voor de waterbodem). Relatie met saneringsbeleid In figuur 2 is aangegeven dat het Besluit bodemkwaliteit niet van toepassing is op het saneren van bodemverontreinigingen. Opgemerkt wordt echter dat de functiekaart (zie paragraaf 3.3 voor een nadere toelichting op deze kaart) wel een rol speelt bij het saneringsbeleid. In de Circulaire bodemsanering 2009 (Staatscourant nr. 67 van 7 april 2009) is namelijk aangegeven dat wanneer er aanleiding is om te saneren, de standaardaanpak uitgaat van het functiegericht saneren. Dit betekent dat de bodemkwaliteit in de contactzone (bovengrond) in die mate hersteld moet worden dat wordt voldaan aan de bij de functieklasse behorende maximale waarden. Het bevoegd gezag voor de Wet bodembescherming zal derhalve voor de terugsaneerwaarden, maar ook voor de milieuhygiënische kwaliteit van de leeflaag of aanvulgrond, in eerste instantie uitgaan van de voor het Besluit bodemkwaliteit geldende maximale waarden voor de functieklasse landbouw/natuur, wonen of industrie. Indien van toepassing voor de saneringslocatie, kan voor de terugsaneerwaarden ook aansluiting worden gezocht bij de lokale maximale waarden van het gebiedsspecifieke beleid (zie hoofdstuk 6).

Rechtspraak bij dit artikel