De ontgravingskaart geeft een indicatie van de chemische kwaliteit van een partij grond die bij ontgraven vrijkomt. De te verwachten bodemkwaliteit is verdeeld in de vier kwaliteitsklassen die binnen het Besluit van kracht zijn (zie figuur 3).
Figuur 3: Overzicht normen landbodem
In bijlage 2 zijn de ontgravingskaarten opgenomen. Deze kaarten zijn opgebouwd uit twee lagen: 0,0-0,5 meter beneden maaiveld (m -mv.) en 0,5-2,0 m -mv. De achterliggende gedachte hierbij is dat de bovenste halve meter (de ‘bouwvoor’) als gevolg van menselijke beïnvloeding verontreinigd kan zijn. De bodemlaag onder de 0,5 m -mv. bestaat veelal uit de ongeroerde, oorspronkelijke bodem.
Uit de ontgravingskaarten van de regio blijkt dat de bovengrond veelal van slechtere kwaliteit is dan de ondergrond. Wanneer sprake is van een verschil in kwaliteitsklasse tussen de boven- en ondergrond, dan dient de grond afkomstig uit de bodemlaag
0,0-0,5 m -mv. apart te worden ontgraven. Is het gescheiden ontgraven van de boven- en ondergrond niet mogelijk, dan is voor het hergebruik van de vrijkomende partij grond de kwaliteitsklasse van de bovengrond maatgevend voor de gehele partij.
Wanneer de ontgravingskaarten gebruikt kunnen worden als bewijsmiddel voor de kwaliteit van een partij vrijkomende grond, is beschreven in paragraaf 8.1.
Diepere bodemlagen
Van grond uit bodemlagen dieper dan 2,0 m -mv. wordt aangenomen dat deze van dezelfde of betere kwaliteit is als grond afkomstig uit de laag van 0,5 tot 2,0 m -mv. De ontgravingskaart van de ondergrond mag derhalve als bewijsmiddel worden gebruikt voor partijen grond uit de diepere ondergrond (met inachtneming van de voorwaarden zoals beschreven in paragraaf 8.1).