Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.2

Toepassingskaart

Onderdeel van Bodembeheernota Zuid-Holland Zuid

Op de toepassingskaart is de kwaliteitsklasse aangegeven waar een partij grond of baggerspecie aan moet voldoen wanneer men deze op een bepaalde locatie wil toepassen. De basis voor de toepassingskaart wordt gevormd door de landelijk geldende generieke toepassingseisen (zie paragraaf 4.1). Dit betekent dat de toepassingskaart in eerste instantie een combinatie is van de functiekaart (zie paragraaf 3.3) en de kaart met de kwaliteitsklasse van de ontvangende bodem (aanwezig bij de milieudienst). Deze twee kaarten worden als het ware over elkaar heen gelegd, waarbij de strengste van beide klassen uiteindelijk bepaalt aan welke kwaliteitsklasse een toe te passen partij grond of baggerspecie moet voldoen. De toepassingskaart voor de regio Zuid-Holland Zuid is in bijlage 3 opgenomen. Hierbij is onderscheid gemaakt in de boven- en ondergrond. Omdat de regio heeft gekozen voor gebiedsspecifiek beleid zijn in deze bodembeheernota geen generieke toepassingskaarten van de boven- en ondergrond opgenomen. Op de toepassingskaarten in bijlage 3 zijn namelijk de gebiedsspecifieke normen verwerkt (zie hoofdstuk 6). Dit betekent dat wanneer: het binnen de regio opnieuw toepassen van vrijgekomen grond of baggerspecie niet aan de eisen van het gebiedsspecifieke beleid voldoet of de toe te passen partij grond of baggerspecie van buiten de regio wordt aangevoerd (en dus het gebiedsspecifieke beleid niet van toepassing is), aan de hand van figuur 8 in paragraaf 4.1, voor de toepassingslocatie dient te worden bepaald aan welke kwaliteitsklasse de partij grond of baggerspecie moet voldoen.

Rechtspraak bij dit artikel