Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.1

Toepassingseisen generieke beleid

Onderdeel van Bodembeheernota Zuid-Holland Zuid

Indien geen gebiedsspecifiek beleid van toepassing is, gelden de generieke regels uit het Besluit bodemkwaliteit. Dit generieke toepassingskader wordt beschreven in de artikelen 54 t/m 61 van het Besluit. Tevens is er landelijk beleid van kracht voor grootschalige bodemtoepassingen (toepassen van minimaal 5000 m3) en voor de tijdelijke opslag van grond en baggerspecie. Dit beleid is uitgewerkt in hoofdstuk 5. De procedure voor het melden is uitgewerkt in paragraaf 10.1. De uitgangspunten van het generieke toepassingskader zijn: de milieuhygiënische kwaliteit van de toe te passen partij grond of baggerspecie moet geschikt zijn voor het gebruik van de ontvangende landbodem (de zogenoemde bodemfunctieklasse) EN door het toepassen van de partij grond of baggerspecie mag de milieuhygiënische kwaliteit van de ontvangende bodem niet verslechteren. Voor zowel een toe te passen partij grond of baggerspecie als voor de ontvangende bodem wordt onderscheid gemaakt in drie kwaliteitsklassen: AW20001Dit zijn landelijk geldende achtergrondwaarden die de bovengrens aangeven voor wat in de dagelijkse praktijk 'schone grond' wordt genoemd. Deze achtergrondwaarden zijn vastgesteld op basis van gehalten zoals deze voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden., wonen en industrie. Deze klassen zijn weergegeven in figuur 7. Figuur 7: Overzicht kwaliteitsklassen landbodem Voor de maximale waarden van de klassen AW2000, wonen en industrie wordt uitgegaan van de normen in tabel 1 van bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. Voor wat betreft het gebruik van de bodem hebben de gemeenten een bodemfunctiekaart opgesteld (zie paragraaf 3.3). Op deze functiekaart is het huidige (en toekomstige) gebruik van de bodem aangegeven, waarbij eveneens is uitgegaan van de bovengenoemde klassen AW2000 (landbouw/natuur), wonen en industrie. De kwaliteit van de ontvangende bodem en de functie die deze bodem vervult vallen niet altijd in dezelfde klasse. Omdat voor beide sprake moet zijn van standstill, wordt de kwaliteitsklasse van de toe te passen partij grond of baggerspecie bepaald door de strengste van de twee klassen. In figuur 8 is van de diverse combinaties van kwaliteits- en functieklassen aangegeven wat dit betekent voor de kwaliteitsklasse van de toe te passen partij. Functie (op kaart) Actuele bodemkwaliteit Welke kwaliteit toepassen? Landbouw/natuur AW2000 AW2000 Landbouw/natuur Wonen AW2000 Landbouw/natuur Industrie AW2000 Wonen AW2000 AW2000 Wonen Wonen Wonen Wonen Industrie Wonen Industrie AW2000 AW2000 Industrie Wonen Wonen Industrie Industrie Industrie Figuur 8: systematiek generiek toepassingskader Om te kunnen bepalen welke kwaliteitsklasse grond of baggerspecie waar generiek mag worden toegepast, dient gebruik te worden gemaakt van de functiekaarten (bijlage 4) en de kwaliteit van de ontvangende bodem (gegevens bij milieudienst aanwezig). Op basis van deze gegevens kan uit figuur 8 worden afgeleid aan welke kwaliteitsklasse de toe te passen partij grond of baggerspecie moet voldoen. De bij de kwaliteitsklasse behorende toepassingseisen zijn opgenomen in bijlage 5. Ten aanzien van het bovenstaande wordt opgemerkt dat: het toepassen van een partij grond of baggerspecie van de klasse AW2000 vrijgesteld is van de beschreven 'dubbele toets'. Dit vanwege het feit dat deze kwaliteitsklasse voor geen enkele functie beperkend is. De bodemkwaliteitskaarten (de ontgravingskaart en de kaart van de ontvangende bodem) alleen als bewijsmiddel gebruikt mogen worden wanneer voldaan wordt aan het gestelde in paragraaf 8.1. In alle andere gevallen moet de milieuhygiënische kwaliteit van de toe te passen partij grond dan wel de ontvangende bodem op een andere wijze worden aangetoond (zie paragraaf 8.2). Omgaan met bodemvreemd materiaal In het Besluit bodemkwaliteit is, in de definitie van grond en baggerspecie, een bovengrens van 20% (m/m) gesteld aan het percentage bodemvreemd materiaal. Voor grondverzet binnen de regio is besloten om hier geen strengere normering voor te hanteren. Indien voor de toepassingslocatie deze mate van bijmenging niet gewenst is, zal dit op een andere wijze in contractstukken (bijv. bestekken) moeten worden geregeld. Reden hiervoor is dat het stellen van een normering voor bodemvreemd materiaal veelal maatwerk betreft, zoals dit ook voor bijvoorbeeld de civieltechnische kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie geldt. Een voorbeeld hiervan is dat grond toegepast op een industrieterrein meer bodemvreemd materiaal mag bevatten dan grond toegepast in tuinen van woningen.

Rechtspraak bij dit artikel