Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.2

Verspreiden baggerspecie over aangrenzende percelen

Onderdeel van Bodembeheernota Zuid-Holland Zuid

Het direct op de kant verspreiden van baggerspecie is een activiteit waarvoor het waterschap het bevoegd gezag is in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Het is daarmee een activiteit die buiten de reikwijdte van deze bodembeheernota valt. Omdat het verspreiden van baggerspecie echter wel in de regio voorkomt, en er ook specifiek beleid is opgesteld om de afzetmogelijkheden van baggerspecie te vergroten (zie paragraaf 6.1.6), is er bewust voor gekozen om in deze beheernota een korte toelichting op dit toetsingskader op te nemen. Het inrichten van weilanddepots met het doel om baggerspecie te ontwateren is een activiteit waarvoor het waterschap bevoegd gezag is. Afhankelijk van de uiteindelijke toepassing van de ontwaterde/gerijpte baggerspecie kan zowel het waterschap als de gemeente bevoegd gezag zijn. Algemeen Het verspreiden van baggerspecie over aangrenzende percelen is vastgelegd in artikel 35, lid f van het Besluit bodemkwaliteit: 'verspreiden van baggerspecie uit een watergang over de aan de watergang grenzende percelen, met het oog op het herstellen of verbeteren van de aan de watergang grenzende percelen”. Opgemerkt wordt dat het beschreven toetsingskader niet geldt voor het verspreiden van baggerspecie afkomstig vanuit de omgeving van riooloverstorten (tot 250 meter aan weerszijden van de riooloverstort) of andere verdachte locaties. Deze baggerspecie wordt als puntbron aangemerkt en dit valt buiten de reikwijdte van het Besluit. Milieuhygiënische kwaliteit Voordat baggerspecie op de aangrenzende percelen mag worden verspreid, is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit noodzakelijk. In paragraaf 8.2.4 zijn de milieuhygiënische verklaringen genoemd die hiervoor als bewijsmiddel kunnen worden gebruikt. In de normstelling is rekening gehouden met de landbouwfunctie die de aangrenzende percelen over het algemeen hebben. De bovengrens voor de milieuhygiënische kwaliteit van baggerspecie die nog mag worden verspreid, is daarom gebaseerd op de zogenaamde msPAF-methode. In tabel 1 van bijlage B in de Regeling is aangegeven voor welke parameters de msPAF moet worden uitgevoerd en voor welke stoffen 'normale' samenstellingswaarden gelden. Daarnaast mogen de in de baggerspecie gemeten gehalten de interventiewaarden voor landbodem niet overschrijden. (Voor het uitvoeren van de toetsing wordt verwezen naar de nieuwste versie van het programma Towabo opgenomen in iBever; zie www.helpdeskwater.nl.) In figuur 9 is de normstelling voor verspreiding over aangrenzende percelen schematisch weergegeven. Figuur 9: Normstelling verspreiden baggerspecie Voorwaarden Voor het verspreiden van baggerspecie over aangrenzende percelen gelden de volgende voorwaarden: voor baggerspecie waarvan de milieuhygiënische kwaliteit voldoet aan de generieke verspreidingsnorm geldt de ontvangstplicht; de baggerspecie mag tot aan de perceelsgrens worden verspreid; er hoeft niet te worden getoetst aan de kwaliteitsklasse of functieklasse van de ontvangende bodem; het verspreiden van baggerspecie hoeft niet te worden gemeld (zie paragraaf 10.1). Acceptatieplicht Het Besluit bodemkwaliteit geeft alleen de milieuhygiënische randvoorwaarden, met de bijbehorende reikwijdte, waarbinnen mag worden verspreid. Het Besluit staat verder los van de bevoegdheden, eigendomsverhoudingen en ‘ontvangstplichten’ die rondom het verspreiden van baggerspecie vanuit de Waterstaatswet in de Keur van waterschappen zijn geregeld. Het Besluit geeft daarnaast ook geen maat voor de laagdikte of hoeveelheden. In de Handreiking Besluit bodemkwaliteit is hierover alleen vermeld dat de hoeveelheid, en de daarmee samenhangende laagdikte, in overleg met de eigenaar van het perceel wordt bepaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel