Het Besluit bodemkwaliteit gaat uit van stand-still op het niveau van een bodembeheergebied7Definitie bodembeheergebied in het Besluit bodemkwaliteit: “Aaneengesloten, door de gemeente afgebakend deel van de oppervlakte van één of meer gemeenten.” . Grond van buiten het bodembeheergebied moet voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse van de zone van toepassing. Dit zou betekenen voor zones 7, 14 en 15 relatief strenge eisen zouden geleden voor hergebruik van grond van buiten de regio. Gemeenten vinden het niet uitlegbaar bijvoorbeeld grond van Klasse Wonen van buiten de regio niet zou mogen worden toegepast in woonwijken, terwijl er in de regio door de slappe bodemproblematiek een tekort aan grond is. Uit de praktijk blijkt dat er in de regio weinig bruikbare grond vrijkomt. Grond moet dus dikwijls van buiten de regio worden aangevoerd. Ook in de relatief minder voor bodemdaling gevoelige Zuidplaspolder is grond nodig om van dit gebied een zogenaamde “klimaatbestendige polder” te maken. Het is onwenselijk en milieuhygiënisch ook niet relevant strengere eisen te stellen aan grond van buiten de regio ten opzichte van grond van binnen de regio.
De enige juridische mogelijkheid om het toepassen van klasse Wonen-grond in recente woonwijken en van klasse Industrie-grond op bedrijfsterreinen (na 1960) toe te staan met grond van buiten de regio is om het bodembeheergebied te vergroten. Daarom is besloten het beheergebied te vergroten tot de geografische omvang van de provincies Zuid-Holland, Noord-Holland en Utrecht. Voor het uitgangspunt “standstill op het niveau van het beheergebied” wordt dus uitgegaan van de provincies Zuid-Holland, Noord-Holland en Utrecht.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.1.
Artikel 5.1.3.
Bodembeheergebied
Onderdeel van Nota Bodembeheer Midden-Holland en Zoetermeer 2016-2021